yvesjoris.punt.nl
Abonneren
Abonneer je nu voor nieuwe artikelen in deze categorie!
Abonneren
Abonneer je nu voor nieuwe artikelen op deze website!
Laatste reacties
De moeite waard
 
 google  Yves' blog 

 
 
 
   
 
Waarom ben je altijd wakker op dagen dat je eens kan uitslapen? Of waarom besluit je kat net die ochtend om in de vroege uurtjes een haarbal uit te braken met zo'n voorspel dat je het geluid vanuit haar staart hoort opborrelen? Of waarom besluit de krantenman net die ochtend om je krant eens niet in de bus te steken, maar ze dwars door de hall te zwieren via de brievenbus? Het leven openbaarde zich deze ochtend dus als een vraagteken.
 
Werken aan een tijdschrift, werken aan een boekhouding. Het leven van een vrijwilliger kan hard zijn. Hoe leg ik uit aan iemand die niet weet wat debet en credit is, hoe je een analytische boekhouding moet lezen? Hoe leg ik uit dat ik geen haarballen meer wil horen tijdens de nacht?
 
Vandaag naar onze koekenstad om in Chinatown inkopen te doen. Combineer dit met een bezoekje aan de bib en een etentje in een of ander restaurant waar je heerlijke, gevulde darmen met garnalenpasta kan eten (nog niet geprobeerd) en we spreken in vaktermen van een geslaagde dag.
 
Naar huis met Netrebko en Villazon. Gisteren werd me hun versie van La Traviata aangeraden. Vandaag al op cd aanwezig. Japin en Nothomb houden hen gezelschap. Noten tegen letters, maar een mooie combinatie om de avond door te brengen.
 
Spiral Jetty krijgt ook gezelschap, maar het kunstwerk van Robert Smithson is minder gelukkig met de dreigende komst van een olieboorplatform. Het bekendste  kunstwerk van de zogenaamde land art blijft liever een broedplaats voor vogels dan een vindplaats voor olie.
 
Het is een slechte tijd voor aandelenbezitters, tenzij je aandelen Icos hebt. Het overnamebod van KLA-Tencor stuwde de koers maar liefst 60% hoger. De rest blijft maar zakken en iedereen zegt dat het einde in zicht is. Van de daling of van de beurs? Ik zou het zo niet dadelijk meer weten.
 
In Bangladesh (waar weinig mensen aandelen ICOS hadden) besloot men ook iets te doen aan de hardnekkige armoede in sommige achtergestelde gebieden. De Grameen bank (van nobelprijswinnaar Muhammed Yunus) heeft besloten om microkredieten te verstrekken in ... de Verenigde Staten. Het is ver gekomen als men daar al mensen moet bijstaan met microkredieten. Langs de andere kant kan ik het best begrijpen: het getuigt immers van meer prestige om 20.000.000.000 USD af te schrijven dan 200.
 
Ik sluit af met het dreamteam van de moderne opera. Geniet in stilte.
 
 
Lees meer...   (1 reactie)
Soms is een dag sneller dan je zelf wil. Woensdagavond zat ik nog met cijfers te goochelen op de Algemene Vergadering van Creatief Schrijven en ondertussen is het al vrijdagavond. 
 
Alex Agnew heeft nog eens geschoffeerd. Normaal zou je ermee lachen, maar niet als je jood bent. Een ras zonder humor dreigt ermee de stand-upcomedian aan te klagen wegens racistische opmerkingen. Een land isoleren, daar kunnen ze mee lachen, maar het Basil Fawltycredo don't mention the war indachtig had Agnew toch beter moeten weten dan in een interview te zeggen: 'Waarom moeten we aan de joden maar sorry blijven zeggen voor het feit dat ze zich hebben laten afmaken in concentratiekampen in plaats van te sterven met een geweer in hun handen zoals mijn grootvader.'
 
Grof, wellicht wel, maar toen men Stalin ooit vroeg of hij al veel grappen over zijn regime verteld werden, antwoordde hij toch ook vrij gevat: 'Al twee kampen vol.'  Wie durft er dan nog beweren dat de man geen gevoel voor humor had?
Tijdens de les esthetica van monument Vermeulen in mijn eerste (en tevens laatste) kandidatuur Vertaler-tolk wist men al te vertellen dat Humor ist, wenn man troztdem lacht. Sinds die dag was ik verliefd op trotzdem en een meisje uit Hombeek. De liefde voor trotzdem is gebleven. 
 
Een ander zinnetje dat nooit meer uit mijn gedachten zal verdwijnen is the bastard got away. De aflevering Cherubim and Seraphim uit de serie Inspector Morse, wanneer de drugsdealende chemicus zijn wagen tegen een boom te pletter rijdt en niet tijdig uit het brandende wrak geraakt. Het hallelujah van Haendel in een mix van housemuziek en extacypillen. Jongeren hebben plots alles gezien en stappen uit het leven. Een nichtje van Morse is een van de slachoffers. Ze had net van hem de bundel Ariel van Sylvia Plath gekregen. Nomen est omen.
 
The dew that flies,
suicidal, at one with the drive
into the red
 
eye, the cauldron of morning 
 
No-one can imagine someone else's pain, Robbie. It's the human tragedy. But I made a vow that I wouldn't forget - I'd never forget - how *awful* it is to be fifteen. I've forgotten, of course - everyone does. But I've been trying to remember. Uit dezelfde aflevering van Morse.
 
De geschiedenis herhaalt zich. Het Engelse platteland maakt plaats voor het Welshe Bridgend. 17 zelfmoorden in een jaar tijd. Het laatste slachtoffer is de 16-jarige Jenna Parry. Op de leeftijd waarop ik me zorgen maakte dat ik meer acne had dan vriendinnen, zijn er mensen die de deur voorgoed achter zich dichttrekken. Ik moet de aflevering van Morse nog eens herbekijken. Of naar Haendel luisteren. Of trachten te begrijpen waarom iemand op die leeftijd al beslist dat er niets meer is om de volgende ochtend voor op te staan.
 
Als ik na de les naar huis rij, spoken de Morsebeelden me weer door het hoofd. De kamer met fractalkunst, de jongen die in een tunnel op een naderende trein toeloopt, de bonkende beats en de gelukkige ogen-blikken van de dansende jeugd.
 
Morgen vrij(e)dag. Weeral. Het leven is trotzdem mooi.  
  
 
Lees meer...

Het is weer zover. 90 km/u op ’s lands autowegen om en rond Brussel. Smog? Niks van gemerkt. Een hardnekkige mistlaag beperkt het zicht op de smog. Wel veel mensen op de baan die hun wagen meer en meer gaan inrichten als een tweede woonplaats. Als Darwin gelijk had met zijn evolutieleer, dan is de kans groot dat onze achterkleinkinderen een derde arm ontwikkelen. Krant in de linker- en gsm in de rechterhand, de middenarm relax op het stuur.

Neen, de file is niets voor mij. Ralph Roberts heeft dat ook begrepen. De 87-jarige stichter van Comcast, heeft ervoor gezorgd dat hij een riante wedde blijft ontvangen tot … 5 jaar na zijn dood. Cynici kunnen zich de vraag stellen wat de waarde is om een fossiel in de raad van bestuur te hebben. Ik stel me de vraag of in het verloningspakket ook verplaatsingskosten zitten.

Een andere stem die zich vanuit het hiernamaals laat horen, is die van Vladimir Nabokov. De man die de wereld verblijdde met een term voor meisjes die sensueel op een lolly zuigen (en een meubelfabrikant die een kinderbedje met dezelfde naam bedacht), werkte tot aan zijn dood aan een roman die alle andere in de schaduw zou plaatsen. Laura (ik ben benieuwd of deze naam ook de spreektaal zou binnengeslopen zijn) ligt al jaren in de kluis van Dmitri Nabokov, de ondertussen 73-jarige zoon van de schrijver. Op Vladimirs nadrukkelijk verzoek moest de roman vernietigd worden, maar tot op heden is het niet gebeurd. Schipperen tussen de wens van een vader en de schoonheid van de literatuur.

Misschien kan Alain-Robbe Grillet eens ter plekke aan Nabokov vragen of de schrijver nog steeds tegen de publicatie van zijn zwanenzang is. De paus van de Nouveau roman overleed immers gisteren op 86-jarige leeftijd. Zijn roman ‘Le voyeur’ veroorzaakte een schandaal vanwege het uitgesproken erotische karakter. Het is maar te hopen dat de man geen fotootjes verzamelt van vrouwen, want in Antwerpen zal hij zeker geen tentoonstelling krijgen. Trouwens leuk om weten dat La vie sexuelle de Cathérine M geschreven werd door … zijn vrouw. Dirty minds think alike.

Chaos and cheerfulness. Onder deze titel pakt de FT uit met een artikel over Jodphur, de blauwe stad. Een potje chai, een ronkende kat en De Vliegende Hollander houden me gezelschap. Ik dwaal af naar 1999. Toen trokken we (nog met een reisgezelschap) naar Rajastan. Tijdens een uitje met Ann kwamen we terecht aan het fort dat de stad overheerst. Plots werden we langs alle kanten omringd door mensen die ditmaal geen oom of vriend hadden die kruiden of tapijten verkocht. In het kader van de week van de toerist, moesten we even aan de lokale televisiekijkers vertellen hoe mooi we het hier wel vonden. Daarvoor kregen we een rit met koets aangeboden door de blauwe stad. Een krantenartikel en een tasje chai, meer had ik niet nodig om een Proustiaanse herinnering op te roepen.

Februari is trouwens geen goede maand voor de Franse literatuur. In 1951 op de dag stierf de Franse Nobelprijswinnaar André Gide. De man stierf gelukkig in een stuk. De Canadese politie daarentegen moet op zoek naar de eigenaars van drie rechtervoeten die de laatste maanden aanspoelden voor haar kust.

En om even bij stil te staan: waarom is scheiden zo duur? Omdat het het geld waard is. (gelezen in een beleggingsblaadje)

Lees meer...   (3 reacties)
De masters of the universe hebben weer toegeslagen. De olieprijs flirtte al een paar dagen met de psychologische grens van de 100 USD, maar niemand durfde de kaap te ronden. Terwijl we aan de pomp steeds meer moeten betalen, ook al is de prijsstijging in Euro veel minder spectaculair, schreef de onbekende Richard Arens geschiedenis om als eerste 100 USD te betalen op de grondstoffenmarkt van New York. Die Zeit besteedde er een voorpagina-artikel aan onder de titel Der seltsame Ehrgeiz des Mr. Arens. Het narcisme van een trader die een lot olie kocht boven de prijs om zo later aan zijn kleinkinderen  te vertellen dat opa als eerste een prijs betaald heeft met drie cijfers. Mooi, maar ik werk ook zo'n beetje in deze sector en we moeten allemaal een gedragscode ondertekenen waarbij we ons engageren om steeds op correcte prijzen te handelen. Of geldt deze niet voor ronde getallen?
 
Ehrgeiz. Het klinkt veel mooier in het Duits. Zou diezelfde Arens later ook vertellen dat hij een minuutje later datzelfde lot verkocht met 600 USD verlies? Neen, dat zal de geschiedenis wel vergeten, maar een echte trader zou de ballen aan zijn lijf hebben gehad om deze positie te houden. Een mep in het aangezicht van de consument die weer eens een blik krijgt in de professionele grondstoffenmarkt. 
 
In België leeft 1 op 7 reeds op het randje van de armoedegrens. Denkt u daar soms aan Mr. Arens als je nog eens 600 $ wegpiest voor je egootje op te pompen?
 
 
 
 
Lees meer...
Oostende, koningin van de Belgische badsteden. Ooit paradeerde Ensor op haar dijk en schilderde Spilliaert de kleuren op haar strand. Op 12 oktober sloeg de zee hard toe. Ze gaf dood terug wat net geboren was. Een kind van de vloedlijn, slechts enkele dagen oud: ondertussen langer dood dan het ooit geleefd heeft.
 
Hoe wanhopig kan je als mens zijn om af te stoten wat je zo lang gedragen hebt, waarom geef je af wat ooit jezelf kan worden? Was er niemand die de eerste kreetjes wilde horen terwijl je geboren werd in de duinen om even later aan het water toevertrouwd te worden?
 
Hoe ga je om met dergelijke lugubere vondst? Wat gaat je er in je om als je deze vier dagen leven moet teruggeven aan een andere tijd? Wat doe je als moeder als je leest dat je vierdagenkind een naam gekregen heeft omdat het anders nooit begraven kan worden? Voor wie ik liefheb, wil ik heten schrijft Neeltje Maria Min als slotvers in het plots heel toepasselijke gedicht Mijn moeder is mijn naam vergeten.
 
En dan las ik zondagochtend in de krant een lezersbrief van ene Nikolaas Ottevaere, lid federale politie. Het stukje kreeg de naam Afscheid van Wout, en ik werd er stil van, want dit kleine stukje leven dat noodgedwongen een naam kreeg om begraven te kunnen worden schudde het leven van deze man grondig door elkaar.
Als hobby lees ik veel poëzie, woorden die geboren worden uit het diepste van een mens: voor mij was dit de mooiste poëzie die ik in lange tijd gelezen heb.
Ik neem de lezersbrief hieronder over, want deze woorden mogen niet verdwijnen in de berichtgeving van elke dag:
 
Afscheid van wout
 
Dag Wout,
Onze wegen kruisten elkaar op het strand van Oostende op 12 oktober 2007. Je spoelde aan op het strand. Beroepshalve moest ik bij je komen. Je bent sedertdien niet meer uit mijn gedachten weggeweest.
Ik hielp zoeken naar sporen. Ik was erbij toen de dokter 'sectie' op je heeft verricht. Ik ben je overlijden gaan aangeven. Enkele dagen later moest ik zelfs je geboorte aangeven. Nochtans ben ik geen familie.
Vandaag liep ik achter de lijkwagen en stond ik bij jouw open graf. Morgen help ik verder zoeken naar sporen.
Je hebt me diep geraakt.
Wout, waar je ook bent, het ga je goed, ik vergeet je nooit.
 
Nikolaas Ottevaere, lid federale politie
 

Lees meer...   (1 reactie)
Een rechter eist 65.000.000 USD voor een verloren broek bij de droogkuis. Wat vindt u daarvan? Vul nu de nieuwe poll in.
Lees meer...
Onlangs kocht ik op een vlooienmarkt de bloemlezing Pijn en puin verdwenen (Manteau, 1965), samengesteld door Werner Cranshoff. Tussen namen als Herman de Coninck en Eddy van Vliet viel me die van Hendrik Carette op. De introductie bij de toen nog jonge dichter vermeldt namelijk dat hij onder andere bedelaar was. Onlangs verscheen zijn bundel Gestolen lucht. Ik stelde enkele vragen aan Carette, die geen blad voor de mond nam.

Je bundel opent met twee citaten van Mandelstam, een dichter die nogal schimmig aan zijn einde kwam: Ik ruk de literaire bontjas van mezelf af en vertrap hem en Ik deel de hele wereldliteratuur in werken in die mét toestemming en die zonder toestemming zijn geschreven. De eerste categorie is rommel, de tweede is gestolen lucht. Uit het tweede citaat is de titel afkomstig van je nieuwe bundel Gestolen Lucht. Waarom Mandelstam?
Meer dan dertig jaar geleden gaf een vriendin in Rotterdam - Betty Koswa was haar naam en ik weet zelfs niet of ze nu nog leeft - mij de dichtbundel Wie een hoefijzer vindt en andere gedichten van Osip Mandelstam, in de Nederlandse vertaling van de slavist en schrijver Kees Verheul (Van Oorschot, 1974). Mijn bewondering voor deze Mandelstam - ook moreel gezien als man - is sindsdien gebleven. Ook mijn lectuur van de twee zeer lijvige en imposante boekdelen, met memoires van zijn weduwe Nadjezda Mandelstam (Van Oorschot, 1971 en 1973), zijn voor mij een soort van bijbelboeken. Zo begint Mandelstams gedicht Tristia als volgt: Afscheid is een wetenschap die ik geleerd heb / van klachten blootshoofs in de nacht. En dan is er ook nog dat fameuze Stalingedicht van deze tragische man, over wie ik ooit heb geschreven dat zijn moed recht evenredig was aan de macht van de dictator Stalin. De uitdrukking De macht van het woord werd door deze grote Russische dichter letterlijk en figuurlijk verwoord. Voor mij is en blijft hij een icoon of de incarnatie van hoe een dichter moet en kan zijn. En bovendien raakte ik door dit alles meteen ook geraakt door de dichtersfiguur Velimir Chlebnikov, die andere grote Rus, die samen met zijn pendant Mandelstam toch wel een uniek duo vormde.

De cover toont een schilderij van Armand Rassenfosse Baudelaire en zijn muze. Diezelfde Baudelaire krijgt speciale aandacht in je bundel. Je wijdt er immers 222 aforismen aan. Een andere periode, een zelfde soort dichter?
Ik wijd geen 222 aforismen aan Charles Baudelaire, maar ik heb gewoon, in navolging van deze Charles Baudelaire, een lijst gemaakt van titels van gedichten, brieven, verhalen, manifesten, pamfletten, herinneringen, opstellen, verhandelingen, aforismen, bedenkingen, bekentenissen en traktaten die ik nog wilde schrijven, maar voor een deel al heb geschreven. Rutger H. Cornets de Groot - nota bene de zoon van de essayist R.A. Cornets de Groot - heeft in zijn slechte en oppervlakkige recensie Tussen willen en kunnen op de website van Literair Nederland echter niet gezien dat een groot aantal van deze teksten al wél geschreven en gepubliceerd werd. En dat de afstand tussen mijn willen en kunnen dus niet zo groot is, zoals hij in zijn recensentenhaast helaas heeft beweerd. En dan moet u nog weten dat hij wel het gedicht 'De kunst van het falen', een gedicht uit mijn vorige bundel Pact met Pound(Brugge, 2000), op de website over zijn lucide vader heeft geplaatst. Haast is de vijand van elke literatuur is een uitspraak van de wat vergeten auteur F.C. Terborgh.

Bij eerste lectuur van je bundel valt vooral op dat je niet ter plekke blijft. Nolens zal zijn kerktoren niet verlaten, maar jij zwerft in woorden de wereld rond. Confucius schreef al: Het is beter een mijl te reizen dan duizend boeken te lezen. Met je nieuwe bundel treed je hem zeker bij. Moet een dichter nieuwe horizonten opzoeken?
Ja, die nieuwe horizonten moet de dichter zelf vinden. Ik lijd niet aan monomanie. Maar ik heb, geloof ik, toch mijn eigen stem. Ik ben de kleine epigoon van de grote Hendrik Carette. En niet omgekeerd. Terwijl er in Vlaanderen ooit vele epigonen van Paul Snoek en Herman de Coninck zijn geweest.

Je foto in de bundel toont ons een man in reiskledij. Een beetje stuurs voor zich uitkijkend, sigaar in de hand. Excusez le mot, maar kleef een witte baard op en je lijkt Hemingway wel. Een bewuste pose?
Nee, dit is een foto en dus een momentopname. Vroeger, toen ik nog een snor of een knevel had, werd er wel eens graag beweerd dat ik soms erg op de jonge Stijn Streuvels leek. Dit is een foto van rond het jaar 2001 toen mijn dichtbundel Pact met Pound verscheen.

Je bent al een tijdje bezig met dichten. Merk je een verandering in je gedichten of in je manier van schrijven?
Ja, ik schrijf nu toch iets minder traag en de ader in mijn zoutmijn is nog niet leeggeroofd, of de geest is nog niet uit de fles. In Het Liegend Konijn, u weet wel dat tijdschrift van Jozef Deleu, staan in het in januari verschenen nummer drie nieuwe gedichten. Ik schrijf nu zeer gedreven en niet aflatend in deze stijl en deze vorm verder.

De meeste van onze lezers zijn heel actief met poëzie bezig en schrijven zelf ook gedichten. Welke tips kan je een beginnend dichter geven?
De eerste tip is deze: lees eerst veel andere - grote en kleine, bekende en miskende - dichters en zoek en vind eerst welke verzen van anderen u oprecht aangrijpen (schokken of ontroeren) en u dus bewondert. Vertrek dan vanuit deze bewondering om vroeg of laat uw eigen stem te vinden. Of laat u eerst gerust beïnvloeden, om u later door niemand meer te laten domineren. Niemand schrijft in het luchtledige, maar de dichter wordt wel bedreigd door dat luchtledige en schrijft en etst dan als het ware als de laatste dichter op aarde op dat blanke blad.

In de bloemlezing Pijn en puin verdwenen verkeer je in gezelschap van dichters als Herman de Coninck, Ben Klein en Eddy van Vliet. Jullie werden afgeschilderd als het antwoord op de Experimentelen. Laat de dichter Carette zich in een hokje dringen?
Nee. En ik geloof dat ik in 1965 de jongste dichter in deze bloemlezing was en dat ik nu een van de weinigen ben die al de anderen overleef en zelfs passeer. Een vriend, de Brugse dichter en beeldhouwer Renaat Ramon, zegt wel eens al lachend dat ik zeker negentig jaar oud zal worden. Wie weet? Gerard Reve zou zeggen: Maria, de vierde persoon Gods beschermt mij…

In die bundel lees ik: (…) Was commies, kelner, figurant in films en toneelstukken en bedelaar. (…). Dergelijke introductie intrigeert me. Bedelaar? De dichter-bohémien in schril contrast met de man die in de nieuwe bundel resoluut de wereld instaart?
In 1997 ben ik plots na een bewogen zwervend bestaan en met vallen en opstaan een ambtenaar geworden. Aan mijn Franssprekende collega's hier in Brussel zeg ik dan: je suis un petit fonctionnaire, mais un grand poète…

Je moet het maar doen als dichter: een gedicht schrijven over een partij die berucht werd voor haar collaboratie tijdens de Tweede Wereldoorlog.

EEN MOOIE VONDST

Na aanwijzingen van twee jonge Vlaamse vorsers
vond een team ervaren Duitse diepzeeduikers
de verloren gewaande schat van het V.N.V.
op de bodem van de Bodensee.
Het betreft een zware roestvrije zwarte hutkoffer
versierd met antieke swastika's
en bevattende; het gebroken brilletje van de gesneuvelde
oostfronter Reimond Tollenaere,
een pluk haar afkomstig van de baard van de Leider en
dorpsonderwijzer Staf de Clerq
alsook een reep stof uit de soutane van de kapelaan en
geestelijk leidsman Cyriel Verschaeve
en niet te vergeten: nog een bundeltje bankbiljetten
(honderdduizenden waardeloos geworden Rijksmarken)
gewikkeld in een vergeeld exemplaar
van het dagblad Volk en Staat
daterende van de dertiende
van de slachtmaand van het oorlogsjaar 1943.

Tollenaere was de dauphin van VNV-voorzitter Staf De Clercq en hij overleed in 1942 aan het oostfront. In datzelfde jaar stierf ook De Clercq. Terwijl de eerste het voordeel van de twijfel genoot en de geschiedenis inging als een idealist, werd De Clercq een schoolvoorbeeld van collaboratie. Ook priester-dichter Verschaeve komt in je gedicht ter sprake. De herinneringen aan deze periode worden door de vondst van de kist opnieuw opgerakeld. Wil de dichter hier een geweten schoppen?
Nee, niet echt. Maar ik ken het verleden van mijn land(je) en de geschiedenis en de aardrijkskunde borrelen in mij op en spelen al dan niet latent een rol in mijn veelal verhalende of epische gedichten. Ook een hang naar provocatie, en door het vinden van wondermooie paradoxen, vermeng ik graag de realiteit met een vorm van neo(n)romantiek. Mijn romantiek is, naar ik vermoed, altijd als het ware verhard door de rauwe werkelijkheid. De dichter Richard Minne, die ik toch ook bewonder, had dat beslist ook. Suikerzoete romantiek is verwerpelijk en is niet mijn dada.

Je gedichten vragen veel achtergrondkennis. Eruditie is een vies woord geworden in deze KISS-maatschappij (keep it simple stupid). Klaagt de dichter in zijn gedichten op deze manier aan?
Ik bezit geen bijzondere diploma's, maar ik ben altijd een groot en onvermoeibaar lezer geweest. Een speurder die naar sporen zocht. Ik lees de laatste tijd ook veel filosofie en lees zeer graag de boeken van de Kulturkritiker George Steiner en ook de Duitse biograaf en essayist Rüdiger Safranski. Vroeger las ik alles, maar dan ook alles van de Frans-Roemeense schrijver E.M. Cioran. Ik leef, zo denk ik, in leesperioden… Zo was er in mijn leven de periode dat ik bij de grote Borges was, of de periode Henri Michaux. En zo voort en zo verder. Die schrijvers brachten mij als leesmeesters, niet als leermeesters, in de sfeer of zelfs in een lichte vorm van extase. Maar ik wil zeker niet poseren met enige eruditie.

De dichter heeft heimwee. Het betongrijze België ligt hem niet meer. Ook Afrika is een verloren continent geworden. Cultuur ontvlucht Afrika voor Australië.

WIJ WORDEN ALLEN ABORIGINALS

Na de vlucht uit Egypte
- de farao's dood en begraven in de grafkamers
van hun geschonden en onteerde koningsgraven -
komt nu de vlucht uit het beloofde land op gang.

Nu zelfs de grijswijze schrijver John Coetzee
als jetsetnomade en blanke Afrikaan
zijn zwaar geplaagde Zuid-Afrika is ontvlucht
om naar het nomadenland Australië te gaan.

Want wij zijn allen verziekt en zeer monomaan
en worden allen aboriginals in het avondlicht.
In ongenade en ver van een missiepost
op zoek naar de droomwegen van onze voorvaderen.

In je gedicht meng je cultuur (Coetzee) met het metafysische van de droomwereld der Aboriginals. Is literatuur een droomwereld en dreigt die wereld geen plaats te moeten ruimen voor de flashy beeldcultuur? Met de Aboriginals keer je ook terug naar de bron van het leven, naar de natuur. Is er een kentering op komst of blijven we verder consumeren alsof ons leven er van afhangt?
Ja, deze Coetzee heeft Zuid-Afrika de rug toegekeerd en heeft zich in Australië (down under) gevestigd. Zijn boek Disgrace heb ik in het Nederlands (Ambo, vijfde druk in 2000) gelezen; het is een aangrijpend meesterwerk. En de droomwereld van de aboriginals, waarnaar u refereert, verwijst dan weer naar het prachtboek The Songlines uit 1987 van de onvergetelijke Bruce Chatwin. Dat terug naar de bron, dat hebt u goed gezien. Een dichter moet soms als een literaire archeoloog op zoek gaan naar de oude verdroogde of verdwenen bronnen van het leven.

De navolging van Charles Baudelaire. Dit gedeelte van de bundel heeft voor mij meer uitleg nodig. Waarom 222 aforismen bijvoegen bij een bundel die volgens mij ook zonder deze uitbreiding zijn bestaansrecht mag opeisen.

104. Het verblijf van James Joyce in Oostende.
99. Patrick Conrad en de geschminkte schim van Mae West.
215. De sprongen bij Blaise Pascal en het deinen van de treinen bij Blaise Cendrars.

Dit zijn enkele voorbeelden. Ik loop een beetje verloren en begin dan naar een rode draad te zoeken. Of is dit net niet de bedoeling?
Eigenlijk wilde ik deze appendix of dat bijvoegsel er bij, omdat ik vind dat de uitgave van een dunne dichtbundel (dertig gedichten) niet altijd toereikend is voor de alerte lezer. Henri Michaux verborg bijna zijn harde en soms agressieve gedichten tussen zijn proza, dat dan als een hard en zwaar pantser omheen zijn harde kern fungeerde. En de lezers lezen haast geen afzonderlijke dichtbundels meer; bloemlezingen worden nog wel gekocht en gelezen. Wie koopt er nu in een boekhandel in Vlaanderen en Nederland een dichtbundel als De voorbode van iets groots van Dirk van Bastelaere? Ik heb dit gedaan op de Boekenbeurs in Antwerpen van het voorbije jaar en de winkeldochter of verkoopster keek naar mij met grote verwonderde ogen alsof ik een boek in het Sanskriet of het oud-Gotisch wilde.

Ten slotte, in de bloemlezing van Cranshoff staat je foto naast die van Herman de Coninck. Een aantal namen zijn in de literatuurgeschiedenis verdwenen, een aantal dichters zijn nog actief bezig en een aantal mensen zijn reeds overleden. Houden de dichters van de Jonge Vlaamse esthetische poëzie nog contact met elkaar?
Neen. Marcel van Maele heb ik vroeger, lang geleden, diverse malen ontmoet in onze toen nog spookachtige geboortestad Brugge, en Patrick Conrad schrijft nu thrillers en leeft in het zuiden van Frankrijk. Ben Klein leeft nog, maar is blijkbaar verstard, en Adriaan Peel werd een boeddhistische monnik.

Wat mogen we in de toekomst nog verwachten van de schrijver Carette?
De voorbije weken en maanden werkte ik aan mijn zevende dichtbundel Een beeldenstorm of Een beeldenbombardement en ik zou deze bundel graag in de Randstad laten uitgeven. Ook mijn debuut Winter te Damme & andere minder beroemde gedichten van de jonge meester is in 1974 eigenlijk gedeeltelijk in Nederland uitgegeven (Sonneville/Nijgh & Van Ditmar) en het zou mooi zijn dat ik opnieuw in het noorden kan belanden. Wie in Brugge, mijn geboortestad, mijn meest recente dichtbundel Gestolen lucht wil kopen, kan dit niet dadelijk doen, maar moet dit cultboek eerst bestellen. Voorts wil ik nog signaleren dat zowel het verdwenen tijdschrift Gedichtvan Remco Campert in 1976 als ook het verdwenen Maatstaf van de Arbeiderspers in 1996 telkens drie gedichten van mijn bevende hand wilde publiceren. Gelukkig is er nog de onvolprezen Poëziekrant, en Het Liegend Konijn dat mij nu eindelijk ook durft te publiceren. Ik schrijf hier met opzet het werkwoord durft, want ik ben mij bewust van het feit dat ik niet altijd makkelijke en/of modieuze verzen maak. Ik ben misschien hoe dan ook de meest onderschatte en miskende dichter van Vlaanderen, maar daar komt meer en meer verandering in. Ook wanneer ik ergens op een podium sta en een klein aantal gedichten mag voorlezen, komen de luisteraars na afloop naar mij toe en ze vragen mij dan verwonderd waar zij mijn gedichten alsnog kunnen vinden. Een nu zeer actieve dichter en criticus als Philip Hoorne heeft mijn dichtbundel nog altijd niet gerecenseerd op de website van Poëzierapport, want een echte criticus durft risico's te nemen en richt zijn aandacht ook naar wat (nog) niet alom en allerwegen werd aanvaard en gelezen. De uitstraling en uitwerking van goede en zeer goede gedichten werkt soms zo traag als het insijpelen van een traag gif.

Welke dichter bewonder je en welke vraag zou je hem of haar willen stellen?
Ik bewonder, nee, ik voel mij van verre verwant met een trio van levende dichters die ik als de Grote Drie van de Nederlandse poëzie zou willen omschrijven en dit zijn met name: Herman Hendrik ter Balkt (de vroegere Habakuk II de Balker), H.C. ten Berge en Jacques Hamelink. Aan deze laatste zou ik willen vragen om opnieuw een boek als Vuurproeven (De Bezige Bij, 1985) te willen schrijven, als een soort vervolg op dit bij vlagen geniale boek dat voor mij toentertijd een waar lectuuravontuur was en dat als een grootse en meeslepende poëtica fungeerde.

Hendrik Carette - Gestolen lucht
Uitgeverij Poëziecentrum vzw 2006; 56 blz.; € 15,00
ISBN 90 5655 263 5
Lees meer...
Frank Pollet won de Publieksprijs 2006 voor de beste poëziebundel. Bij De Contrabas waren ze er als de kippen bij om de gelukkige winnaar te interviewen. Ik las de dichtbundel Drie Theremins en begreep waarom deze de eerste prijs wegkaapte.


Foto: Luc Verstraeten
Moet ik beginnen met je te feliciteren voor je publieksprijs? Of is daar al genoeg inkt over gevloeid?
Moeten niet, natuurlijk. Dank je wel, maar als ik mag kiezen, zou ik liever felicitaties voor de bundel dan voor de bekroning ontvangen. Over Drie Theremins kan nooit genoeg inkt vloeien, vind ik. De reden waarom ik zo graag die Publieksprijs Beste Poëziebundel 2006 wilde winnen, had daarmee te maken. Als je een bundel publiceert, wil je ook dat hij gelezen wordt, en die Publieksprijs leek me een fijne etalage om mijn boekje in aan te bieden. Ik heb er lang en hard genoeg aan gewerkt, ik ben overtuigd van de kwaliteit van de bundel.

Je bundel opent met een citaat van Rebekka Bakken: Is that your breath playing with my hair? Het was een aangename kennismaking met mevrouw Bakken via google. Een verborgen vierde theremin?
Hm, ik ken er zo nog wel een paar. Kari Bremnes, bijvoorbeeld. Nu ben ik verzot op het werk van Rebekka Bakken. Wat die vrouw met haar stem kan, is echt ongelooflijk. Haar onbekende werk met Wolfgang Muthspiel is heel bijzonder. Ik heb haar tweemaal live gehoord en gezien, straf hoor! Maar om meteen over een vierde theremin te gaan spreken... Drie is een heilig getal, en de drie madammen in Drie Theremins beschouw ik als buiten categorie. Om eens niet het woord geniaal te gebruiken.


Dennengek

Praat mij aan,praat mij af
En toe over de pijnen die me wachten
Aan de randen van de naald

-boom in haar tuin en op haar graf.
Ik ontbreek haar naam en vele nachten
Zijn te mijden als de kou. Bepaald

Is zij, ben ik. Wij zwijgen laf
En kijken naar het lege blad
Waarop onze woorden tweemaal

Doorgehaald. Als flauw hout.


Wat bij eerste lectuur dadelijk opvalt, is de strakke structuur van je bundel. Elk van je muzen krijgt negen gedichten toegewezen. Ook elk gedicht heeft dezelfde structuur. Een enorm verschil met sommige bundels waarbij haiku's afwisselen met sonnetten en vrije versvorm.
Dat is een keuze, natuurlijk. Ik kan me voorstellen dat dichters zich goed voelen in het avontuur van de vorm van de dag, maar ik wil mijn chaos het liefst structureren, aflijnen, richten, wat me absoluut ook inspireert. Ik voel me niet gevangen in die structuur, doordat ze zich als het ware aan mij opdringt. Op gelegenheidsmateriaal na schrijf ik bijkans nooit losse gedichten, maar cycli, en sinds jaren gebeurt dat automatisch erg gestructureerd.

Je bundel krijgt de ondertitel 'gedichten 2002-2003'. De bundel werd pas in 2006 uitgegeven door het PoëzieCentrum. Moest de poëzie nog rijpen of lag de bundel toen al klaar voor publicatie?
Al mijn bundels hebben zo'n ondertitel, dus daar is op zich niets vreemds mee. Er zijn lange periodes waarin ik geen enkel gedicht schrijf, maar na een tijd ontplof ik, en schrijf ik in eerste instantie erg snel. Soms weken aan een stuk dagelijks een of twee gedichten. Zo was na drie weken Drie Theremins in een eerste versie klaar. Toen begon het prutsen en peuteren. Zo'n twee jaar na de ontploffing wilde ik Drie Theremins eens testen in de Tweejaarlijkse Poëzieprijs van Merendree. Ik won de prijs, en al was dat een bevestiging, toch heb ik nog een halfjaartje gewrikt en gewroet voordat ik ermee naar een uitgever trok. Aangezien ik al drie bundels bij Uitgeverij P had gepubliceerd, stuurde ik een e-mail naar P met de vraag of hij een nieuwe bundel van me wilde. Het bleef er heel lang oorverdovend stil. Nu ben ik geen telefoonmens en bleek uitgever Leo Peeraer geen mailmens te zijn, waardoor hij me pas een dik halfjaar later aansprak over dat mailtje. Maar ja, ik was natuurlijk niet bij de pakken blijven neerzitten, en had drie uitgeverijen geïnteresseerd gevonden. PoëzieCentrum Gent leek me een goede keuze. Daar is de publicatie van Drie Theremins nog tweemaal uitgesteld. Vandaar dus pas publicatie in 2006.

Je bundel is opgedragen aan drie vrouwen: Charlotte Mutsaers, Camille Claudel en Hildegard von Bingen. Ik weet dat je liever hebt dat de mensen hun eigen verhaal lezen in je poëzie, maar toch... Wat is het verband?
Hm, natuurlijk weiger ik mijn gedichten te verklaren. Onder andere omdat dit niet mogelijk is. Anne Dellart zei ooit dat, als ze haar gedichten zou kunnen uitleggen, ze die nooit geschreven zou hebben. Maar over het verband tussen de drie vrouwen in mijn bundel maak ik geen geheim, dat staat zelfs impliciet op de achterkaft. Deze drie vrouwen die bijkans tien eeuwen omspannen, zijn in mijn ogen zo buitengewoon belangrijk dat ik over hen wel moest schrijven. Als je bekijkt op welke uiteenlopende vlakken Hildegard von Bingen bezig was, met ideeën die in bepaalde middens vandaag de dag nog altijd als vooruitstrevend en zelfs verwerpelijk aanzien worden, dan neem ik daar graag mijn petje voor af. Eigenlijk heeft Camille Claudel haar veel oudere minnaar Rodin zodanig beïnvloed dat niet zij, maar hij een van de grootste beeldhouwers aller tijden geworden is, want in die tijd werden vrouwen nog als maatschappelijk onbelangrijk beschouwd. Je zou van minder gek worden. En van Charlotte Mutsaers zal de toekomst uitwijzen dat ze terecht bij de twee andere geniale dames thuishoort.

Zijn de vrouwen je theremins? Ik las op internet dat het een moeilijk instrument is om te bespelen. Mag ik een beetje freudiaans worden?
Die freudiaanse interpretatie laat ik voor jouw rekening. Ik let op wat ik zeg, want ik ben getrouwd! De theremin is een moeilijk instrument om te bespelen doordat je letterlijk en figuurlijk geen raakpunten hebt. Je bespeelt het door het níét aan te raken. Volume en toonhoogte worden bepaald door de plaats van je handen in de buurt van twee antennes. Het is dus een kwestie van voorzichtig in de buurt komen zonder fysiek contact te maken, snap je? Dat heb ik ook in de poëzie met 'mijn dames' gedaan. Drie Theremins is een soort van respectvolle benadering.

Bij een tweede lectuur viel me op dat elk gedicht eindigt met een versregel die tevens (in lichtgewijzigde vorm) de openingsregel is voor het volgende gedicht. De dichter als taalknutselaar. Je bent nog een vakman van het woord. Wat vind je van de dichters die taal 'misbruiken', alsof ze met een betonmixer werken?
Dank je voor het compliment. Ja, ik ben nog een ouderwetse zak die vakmanschap als onontbeerlijk aanziet. Volgens mij kun je geen gedichten die naam waardig schrijven zonder vakkennis, en dat bedoel ik dan niet zo theoretisch als het klinkt. Je hoeft voor mijn part niet te weten dat een enjambement zo heet, als je het maar functioneel kunt aanwenden. Vakmanschap kan natuurlijk ook betekenen dat je de taal afbreekt, of dat je een betonmixer hanteert. Ik hoor niet graag het woord taalknutselaar, want knutselen lijkt me net datgene te zijn wat je zult doen als je het vak niet meester bent. Een soort doe-het-zelver die in wezen over geen enkele stielkennis beschikt, maar er toch in slaagt een muurtje te metselen, dat gedoe. Ik geloof in de combinatie van stielkennis en intuïtie, en dat laatste kunnen kanaliseren, maakt het talent uit, denk ik. En het verschil tussen knutselaar en kunstenaar. Het toeval is bij het schrijven van poëzie geen onbelangrijke factor. Maar ik beweer al jarenlang dat het toeval de goede dichter altijd gunstig en de slechte dichter gegarandeerd ongunstig gezind is.

Je drie muzen haal je uit de ganse wereldgeschiedenis. Ze hebben ook hun eigen specialiteit, als ik het zo mag zeggen. Von Bingen was een - of mag ik zeggen - de eerste componiste uit de klassieke muziekgeschiedenis. Mutsaers is een bekende schrijfster en Claudel een beeldhouwster. Is dit een extra ode aan de kunstzinnige vrouw?
Een ode aan de kunstzinnige vrouw? Daar heb ik nooit bij stilgestaan, en het klinkt me ook nogal melig in de oren. Hildegard von Bingen, bijvoorbeeld, mag dan de eerste 'klassieke' componiste geweest zijn, ze was oneindig veel meer, want ook mystica, theologe, en eigenlijk ook een geneeskundige. Bovendien was ze abdis van een klooster, en ging ze geweldig in de clinch met de toenmalige paus. Haar denkbeelden over de seksualiteit van de vrouw waren toen - en bij sommigen nog steeds - ronduit progressief. Ze was ook een ongelooflijk koppige trien. Ode aan de kunstzinnige vrouw is dus een simplificatie, vrees ik.

Bij dit gedicht trek je het verleden naar het heden. Je geeft iemand uit de Middeleeuwen een emailadres. Het mystieke staat haaks op de nuchtere beginzin.

HILDEGARDVB@HOTMAIL.COM

'Er zijn geen nieuwe berichten'
In mijn postbus en daar ben ik
helemaal niet rouwig om

Want Uw visioenen stichten
Als een virus op een welgekozen ogenblik
Verwarring en mijn kleine cd-rom

Is al vol fluisterlicht met inzichten
Die, eenmaal ongecomprimeerd, groter dan mijn harddisk
Zijn: ik ben gezien en voel mij op. En dom.

Staar. Naar een oog in de verte.

Hoe kom je op dergelijke beginzin? Of zelfs invalshoek?
Geen idee. En als ik het wist, zou ik het niet verklappen, natuurlijk. Nee, serieus, dat is een 'cadeau', iets wat je inspiratie zou kunnen noemen, denk ik. In dit gedicht laat ik God zich van de verworvenheden van deze tijd bedienen om de progressieve Hildegard als het ware te stalken, want daarover gaat het toch. Het leek me trouwens een fijne gedachte om die straffe madam uit de elfde eeuw eindelijk eens een e-mailadres te bezorgen. Mystiek en een e-mailadres staan elkaar absoluut niet in de weg, toch? Trouwens, probeer op dat adres Hildegard maar eens een mailtje te sturen!

Je schrijft niet alleen goede poëzie, je bent ook heel actief als theater- en jeugdauteur. Ik meen me te herinneren dat je dan ook nog als schrijfdocent werkzaam bent. Wanneer slaapt de mens Frank Pollet?
Bijkans altijd 's nachts, maar het liefst zo weinig mogelijk. Mijn lichaam is daarop getraind, denk ik. Slapen is tijdverlies, je ligt daar met je ogen dicht en weet van de wereld geen kwaad. Het besef dat ik hier maar een beperkte tijd rondloop, maakt me onrustig.
De uitgever die mijn jeugdboeken publiceert, vindt dat ik te versnipperd te werk ga en daarmee een strategische, commerciële blunder bega. Maar ik kan niet anders, want voor de zaken die ik echt wil schrijven, moet ik toch de juiste vorm hanteren. En nu eens leent zo'n thema zich het best voor een jeugdboek, dan weer voor poëzie. Of voor theater. Ik ben geen strateeg, heb geen enkel carrièreplan, ik doe wat ik vind dat ik moet doen. En als dat dom blijkt, tja, dan is dat maar zo.

Steeds meer mensen nemen de pen vast om poëzie te schrijven. Er worden meer bundels gepubliceerd dan gelezen. De recensies in de gevestigde waarden zoals de SdL (De Standaard) en Uitgelezen (De Morgen) blijven beperkt tot een incrowd. Toch win je de publieksprijs. Kwaliteit drijft boven?
Natuurlijk drijft kwaliteit niet zomaar boven. Ik heb met die dwaling twintig jaar geleefd, en gewacht tot iemand mij zou opmerken. Maar het blijkt dat een groot bakkes kan helpen, en aangezien ik daar niet echt over beschik, heb ik vorig jaar per e-mail de wereld laten weten dat ik een nieuw boekje gepubliceerd had. Negenhonderd en zoveel mensen hebben op mijn bundel gestemd, dat zijn er meer dan ik ken, het zijn er ook meer dan er exemplaren van Drie Theremins gedrukt zijn. Maar het heeft er wel voor gezorgd dat er eindelijk eens wat meer aandacht voor mijn poëzie kwam.
De Morgen en de Standaard houden vooral niet van Vlaamse letteren, dat blijkt elke week in de boekenbijlagen. En als er al eens een poëziebundel in die kolommen verdwaalt, gaat het inderdaad om een vaste waarde. Vaak een Nederlander. Het zegt veel over hoe men in Vlaanderen met literatuur omspringt. Alles van buiten de grenzen is beter. Maar als je dat openlijk beweert, word je in een donkerbruin hoekje geduwd. In mijn geval geheel ten onrechte, hoor!

Poëzie verlaat meer en meer het papier om een leven te leiden in cyberspace. Voordeel is dat iedereen een platform krijgt. Nadeel is dan ook dat iedereen een platform krijgt. Gaat deze vereenvoudiging om een publicitatieplatform te hebben ten koste van de kwaliteit?
Ik vrees van wel, ja. Als er geen uitgeverij aan te pas komt, is er geen selectie. En dat komt de kwaliteit niet ten goede.

Surf je vaak naar poëzie op internet? En zo ja, welke sites?
Als ik een goed gedicht wil lezen, grijp ik nooit naar het internet, maar altijd naar een boek. Misschien ben ik ouderwets, dat zou kunnen. Maar dat ben ik dan graag. Wél zoek ik geregeld op het internet naar info die met poëzie verband houdt. En dan kom ik uiteraard terecht op sites als www.decontrabas.com en poezieinvlaanderen.blogspot.com en www.paulrigolle.be en het hoogst vermakelijke poezierapport.blogspot.com
En ik vergeet er vast nog een reeks…

De lezers van Meandermagazine zijn ook potentiële poëzieschrijvers. Welke tips kan je hen meegeven?
Als docent Literaire Creatie geef ik mijn cursisten de voor de hand liggende raad zoveel mogelijk goede poëzie te lezen en nooit te lang bij dezelfde dichter te blijven hangen om epigonisme te voorkomen.

LAAIEND HARTVUUR

Onder dak zegt men dat ik geheel alleen
Geleefd heb, maar ik ben geweest
waar niemand was voor mij

In alle oorden waarin steen
Bewoog, waarin één lijn het meest
De spiegeling aan weerszij

Van de waarheid bood. Merg en been
Heb ik doorleefd en onbevreesd
Mezelf verbrand. [Aan hem.] Aan klei.

Zo maakte ik. Mezelf.

Wat is voor jou een goed gedicht?
Ik vreesde al dat je me dit zou vragen. Wat is een goed gedicht... De mens die dat weet, mag het mij altijd komen zeggen. Nee serieus, ik weet dat niet, want alle gedichten die ik goed vind, verschillen onderling zo veel van elkaar dat ik daar niet echt een definitie uit kan puren. Ik vrees dat ik niet veel verder kom dan dat een goed gedicht een perfecte mix vormt van ratio en emotie, van vakmanschap en intuïtie, van inhoud en vorm, van directheid en mysterie. Maar ik zal vast ook wel een gedicht goed vinden dat zondigt tegen die regels. En dat is maar goed ook. Poëzie is geen exacte wetenschap. Een dichter moet ook door het rode licht rijden...

Welke dichters bewonder je en wat zou je hen willen vragen?
Ik koester geen bewondering voor dichters, maar voor gedichten. En als ik al eens de neiging tot bewondering van een dichter voel opkomen, stel ik die de vraag om zijn bundel te ruilen tegen de mijne. Maar Jos De Haes, Hugues Pernath en T.S. Eliot zijn nooit op mijn voorstel ingegaan…

Frank Pollet - Drie Theremins
Uitgeverij Poëziecentrum VZW; Gent 2006; 43 blz.;
ISBN 90 5655 273 2; prijs: € 15,00
Lees meer...
Er was eens een keeper die tijdens een vorig leven de Belgische ploeg op de wereldkaart wist te zetten. Mexico 1986. Vlaanderen en Wallonië waren plots opnieuw België. De pleinen van de grote steden werden overrompeld door tijdelijke voetbalfans. Hoe verder we doordrongen in de gelederen van de wereldvoetbalelite, hoe gekker we werden. Zelfs ik heb me in die tijd laten betrappen bij het bekijken van een voetbalmatch. Dylan zong het al: The times, they are changing. Ondertussen spelen de miniemen van Kwazulu-Natal beter dan onze voormalige Belgische trots. De marktpleinen blijven leeg en de verkopers van voetbalsjaals zijn overgeschakeld op de verkoop van gebedskaarsen aan de basiliek van Scherpenheuvel. Maar wat gebeurde er met die keeper?
 
Hij ging naar Duitsland, gaf er enkele memorabele interviews in de missing-linktaal tussen Oud-Schwabisch en Zuidnederlands en … hij werd ouder. De man trok zich terug in zijn villa in Brasschaat. De Beverse Wotan verzamelde zijn familie als Walküren om zich heen. Trok een zangertje aan als schoonzoon en liet zich als een wandelend reclamebord behangen. Elke week een nieuwe poster.

Maar er was meer. Plots konden de Vlamingen genieten van de ‘avonturen’ van de leukste familie in Vlaanderen. Ze konden niet bewegen of een camera toonde het aan mediageil televisiekijkend België en omstreken. VTM (of beter bekend als Verstand Totaal Mismeesteren) gunde een kijkje achter de schermen. Ik reageerde als Elvis in de latere dagen. Ik schoot mijn televisie stuk.

En nu? Laat die man toch even een stamp geven tegen een poolboy tijdens een vakantie op Barbados (niet de poolboy wel te verstaan). Dadelijk staat de Gestapo van de neutrale gedachten op de barricades. RACISME, scanderen ze in koor, hun mismeesterde koorknapenstemmetjes piepend in de wind. R A C I S M E. Wij, het centrum van gelijkheid en gemiste kansen eisen een verontschuldiging. Meester Pfaff heeft een voorbeeldfunctie en mag zich dergelijke trap niet veroorloven. Komaan mensen, die man is er ooit in geslaagd om een bal van doel tot doel te trappen. Het moet wel vriendelijk bedoeld zijn, want anders was die man wel op de Bahamas beland.

NEOKOLONIALISME, piepten de muizen. En Vlaanderen kroop in de pen. Voor- en tegenstanders van El Simpático haastten zich om hun idool te verdedigen of te vergruizen. De camera’s draaiden en zagen dat het goed was. De IQ-curve kent nog steeds een afvlakking na elke aflevering van de hedendaagse Adams Family. Vlaanderen staart in het ijle. Beelden worden de wereld. Een stamp is een wereldramp. Aan de andere kant van de oceaan overspoelt een tsunami de Salomonseilanden. Er waren geen camera’s aanwezig.
 
Lees meer...
This is ground control to major Oefelein. Please check your email.
 
Je zal maar in zo’n blik met afpellend hitteschild boven de aarde zweven. Je bent de ganse dag en nacht omringd door sterren. Het hitteschild rond je hart is even kwetsbaar als dat van het miljardenspeeltje dat je verondersteld wordt te besturen. Dit overkwam William Oefelein, die in Nasakringen al langer bekend stond als Foefelijn, maar dit terzijde.
Gelukkig kunnen ze bij Nasa nogal goed improviseren, maar als twee astronautes vechten om een (derde) been en er komt peperspray aan te pas, dan moeten ze zelfs daar ingrijpen. Astronaute Lisa Nowak werd ontslagen omdat ze Colleen Shipman een paar weken geleden te lijf ging met een bus peperspray. Reden? Love is in the air. Nowak onderschepte de intergalactische love-affair, stapte in haar wagen, reed 1.000 kilometer en trachtte haar liefdesrivale te ontvoeren. Het mes en luchtpistool in haar koffer maakten het er niet beter op voor de fatale furie.
Langs de andere kant bewijst het e-mailverkeer wel dat het hier om oorspronkelijk beschaafde mensen gaat, want Shipman wou ‘to love the hell out of you’.Geef toe, hier zitten we op een interstellair niveau. Je vreet elke dag voedsel uit een tube waardoor je zelfs gaat verlangen naar een gastronomisch diner bij Mc Donalds, je wordt gek van het zwarte gat dat je aanstaart en het rondzwervend interstellair ruimteafval. Je klikt even op je mailbox en de woorden zweven je gewichtloos toe: I want to love the hell out of you. Mooi, je wordt om het met de woorden van Stijn Meuris te zeggen van God los, wat ook kan wijzen op een fout in de luchttoevoer natuurlijk. Of zou er een spamfilter op de mailbox zitten waarbij f*** niet tot bij de geadresseerde komt? Nu ja, weer een drama met een shuttle dus, want wie zijn klassieken kent: Hell has no fury like a woman scorned.
Lees meer...
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl