yvesjoris.punt.nl
Abonneren
Abonneer je nu voor nieuwe artikelen in deze categorie!
Abonneren
Abonneer je nu voor nieuwe artikelen op deze website!
Laatste reacties
De moeite waard
 
 google  Yves' blog 

 
 
 
   
 
Vriendinnetje voor dichter en Krakatau-redacteur Benne van der Velde?
Lees meer...   (2 reacties)
Vandaag verscheen er in de De Morgen een artikel van Bart Van der Straeten over de VSB Poëzieprijs die aanstaande vrijdag uitgereikt wordt. Het artikel leest u hieronder.
 

Vrijdagavond wordt in Amsterdam voor de veertiende keer de VSB Poëzieprijs uitgereikt, de belangrijkste poëzieprijs van het Nederlandse taalgebied. Een van de vijf genomineerden mag dan naar huis met 25.000 euro en veel symbolisch kapitaal. Wie dat wordt, valt moeilijk te voorspellen. Maar Tomas Lieske lijkt de meest verdedigbare keuze. door BART VAN DER STRAETEN
 
Al Galidi, Dirk van Bastelaere, Anneke Brassinga, Joke van Leeuwen en Tomas Lieske: dat is het lijstje van vijf genomineerden dat de jury van de VSB Poëzieprijs 2007 op Gedichtendag bekendmaakte. Op dat lijstje valt een en ander af te dingen. 2006 was immers een uitstekend poëziejaar, en enkele voortreffelijke bundels uit dat jaar ontbreken. De Nederlandse dichteres Saskia de Jong bijvoorbeeld, die in haar tweede bundel Resistent cryptische maar heel aanstekelijke gedichten publiceerde, komt niet in het lijstje voor. Hetzelfde geldt voor Jan-Willem Anker. Ook hij publiceerde in 2006 zijn tweede, erg interessante bundel: Donkere arena. Maar De Jong en Anker zijn nog jong, en hun kans komt waarschijnlijk later nog wel.

Onbegrijpelijk, en niet goed te praten, is het over het hoofd zien van Alfred Schaffer. Schaffer, nog niet eens halverwege de dertig, was in het verleden al twee keer genomineerd voor de VSB-prijs, maar won nog niet. In 2006 publiceerde hij met Schuim zijn beste bundel tot dusver. Die bundel, boordevol brede maar beredeneerde verzen over de hypernerveuze mens in dit onduidelijke tijdsgewricht, zou een terechte opvolger zijn van De encyclopedie van de grote woorden, de bundel waarmee Schaffers generatiegenoot Mark Boog vorig jaar de VSB-prijs won. Maar de vijfkoppige jury oordeelde daar kennelijk anders over.

Die jury bestaat overigens voor het eerst volledig uit dichters. Henk van der Waal is voorzitter, Stefan Hertmans is de enige Vlaming in het gezelschap. De andere juryleden zijn Jan Baeke, Esther Jansma en Albertina Soepboer.

Slechts één Vlaming

Eveneens betwistbaar is het feit dat maar één Vlaming de shortlist heeft gehaald: Dirk van Bastelaere met 'De voorbode van iets groots'. Vorig jaar haalden twee Vlamingen de shortlist, Roland Jooris en Peter Ghyssaert, terwijl 2005 toch een veel minder Vlaams poëziejaar was dan 2006. Naast Dirk van Bastelaere hebben in 2006 nog minstens drie Vlamingen bijzonder sterke bundels gepubliceerd.

Ten eerste is dat Charles Ducal, die na vele jaren stilte met zijn nieuwe, bezwerende bundel In inkt gewassen een overtuigend vervolg breide aan zijn zo al hoogstaande oeuvre. De bundel werd in januari terecht bekroond met de eerste Herman de Coninckprijs. Ten tweede is er Paul Bogaert. In zijn derde bundel AUB stelt hij confronterende ethische vragen omtrent liefdadigheid. Ten slotte had ook Els Moors een nominatie verdiend. Met er hangt een hoge lucht boven ons debuteerde ze in stijl. De bundel werd zowel in Vlaanderen als in Nederland goed onthaald en genomineerd voor de C. Buddingh'prijs 2006, een prijs voor het beste poëziedebuut. Maar Ducal, Bogaert, Moors: geen van deze drie haalde de shortlist. Het bleef bij één Vlaming.

Verdient die nu de VSB Poëzieprijs 2007? Vast en zeker wel. 'De voorbode van iets groots' (mét aanhalingstekens) is Van Bastelaere as we know him, maar op zijn best. De rode draad in de bundel is de gedachte dat we zozeer doordrongen zijn van de verhaalschema's van films en tv-series dat we ook de werkelijkheid aan de hand van die schema's gaan interpreteren. Een zonsondergang refereert in de gemediatiseerde samenleving niet meer aan een bepaalde zintuiglijke ervaring, maar in de eerste plaats aan de zonsondergangen die we kennen uit films, tv-series, boeken, beelden, verhalen, en aan de betekenis die ze daarin hebben. Zo komt het dat "uit talloos / vele / avondwandelingen het model / van een zonsondergang te voorschijn klapt als een postkaart".

En dat geldt niet alleen voor een zonsondergang. Al wat we zien, interpreteren we als een onderdeel van een verhaal: "In het minste / gebaar zit de fatale mechaniek / van de afloop", klinkt het elders. Daarom kijken we zo graag naar series: "De serie troost ons / omdat onze voorspellende capaciteiten worden beloond". Wat kan geluk nog betekenen in zo'n wereld? Het antwoord is ontluisterend: geluk "is iets waarvoor we gaan zitten, / bij voorkeur onze blote benen beschuttend / met een dekentje".

'De voorbode van iets groots' bevat alle ingrediënten van het rabiate postmodernisme dat Van Bastelaere nu al twintig jaar lang ontwikkelt en verfijnt. Net daarom is de kans klein dat de VSB-prijs naar hem zal gaan. Vooral in Nederland wordt zijn poëzie immers vaak te intellectualistisch, te serieus gevonden, en de nieuwe bundel is niet van die aard om de criticasters op andere gedachten te brengen. Het ziet er dus naar uit dat de enige Vlaming in het gezelschap, net als in 2001, toen hij genomineerd was met Hartswedervaren, genoegen zal moeten nemen met een nominatie.

Iraakse Zorro

Lovender was de Nederlandse kritiek over De herfst van Zorro, de derde dichtbundel van de illegaal in Nederland verblijvende Irakees Al Galidi, die ook bekend is als columnist en romanschrijver. Dat is een beetje vreemd. Al Galidi's gedichten zijn immers erg lichtvoetig en hebben niet veel om het lijf. De opbouw van zijn jongste bundel is wel bijzonder. De herfst van Zorro bevat drie afdelingen, drie 'verdiepingen' van Zorro. De hoogste verdieping bevat gedichten die zich afspelen in het hoofd van Zorro, de middelste verdieping richt zich op diens hart en de laagste verdieping op zijn penis.

Er loopt een verhaallijn door de bundel waarin een ronddolende Zorro, oud geworden, terugkijkt op zijn leven, dat veel overeenkomsten vertoont met dat van de auteur zelf. De strijd tussen hoofd, hart en penis bezorgt hem nogal wat kopzorgen en leidt geregeld tot grapjes van bedenkelijk allooi. Pijnlijk puberaal dieptepunt is de 'Universele verklaring van de Rechten van de penis van Zorro', waarin de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens geparodieerd wordt, tot de opbouw in verschillende artikelen toe.

Wel goed is het uitstelgedrag van de dichter: in verschillende gedichten verwijst hij naar "de zon", maar hij zegt erbij dat hij daar in een ander gedicht over zal vertellen. Dat gebeurt dan ook in het atypisch sterke slotgedicht van de bundel, "Het einde". "De zon bouwde mij / cel voor cel", klinkt het daar, maar snel daarna komt het schuldbewustzijn: "Even verder heb ik haar in de steek gelaten". En zo krijgt een matige bundel, waarvan de nominatie zeer betwistbaar is, toch twee sterke, beeldende slotverzen: "Ik heb de zeilen van mijn leven gehesen / en ik wacht op de laatste wind". Al Galidi is tot spijt van wie het benijdt hoe dan ook een kanshebber voor de prijs.

Dat geldt ook voor Joke van Leeuwen. Haar derde dichtbundel voor volwassenen, Wuif de mussen uit, moet het, zoals al haar werk, vooral hebben van het bijzondere perspectief van waaruit de wereld beschreven wordt. De beginverzen van 'Andermans hond' zijn daar een mooi voorbeeld van: "Ik ging niet wandelen met de hond, / de hond ging wandelen met mij". Samen met haar zeer kundige omgang met taal geeft die frisse invalshoek Van Leeuwens gedichten iets onweerstaanbaars.

Toch zijn er maar enkele gedichten in Wuif de mussen uit die genoeg diepgang hebben om ook na een eerste lectuur nog te verrassen. "Zei ze", bijvoorbeeld, waarin een abstract Bijbels begrip als 'ontferming' voorgesteld wordt als iets wat gekocht en besteld kan worden: "ze zouden die brengen, / de nieuwe ontferming, op vrijdag". Maar ze brengen ze natuurlijk niet. Het is de verdienste van Van Leeuwen dat ze in speelse gedichten als deze bijna ongemerkt grote thema's weet binnen te smokkelen.

Bisnummer of barstende begeerte

Naast Joke van Leeuwen is met Anneke Brassinga nog een tweede vrouw genomineerd. Brassinga won de VSB Poëzieprijs al in 2002 met de sterke bundel Verschiet. Haar nieuwe bundel IJsgang bevat briljante gedichten, maar ook enkele zwakkere. Dat is jammer, want in haar beste gedichten is Brassinga weergaloos. Neem nu de omschrijving van regen als "splinters van juwelen in de zon": typisch Brassinga, die gevaarlijke flirt met het cliché - regendruppels als juwelen die blinken, dat kennen we wel. Maar ze gebruikt dan net een ander beeld, met dat scherpe woord dat het cliché helemaal onderuithaalt: "splinters van juwelen". Je kunt het schone en het lelijke, geluk en verdriet, niet van elkaar losmaken. Het ene gevoel heeft het andere nodig. Dat is eigenlijk wat Brassinga in elk gedicht vertelt. Het leven is vurrukkulluk, maar ook vreselijk omdat je weet dat het elk moment gedaan kan zijn: "wat leeft, leeft van schrik en beven".

Van alle genomineerden ontregelt Brassinga het normale taalgebruik het meeste. Haar poëzie is ook de meest doorleefde, de meest existentiële: "Stemt het treurig dat het paradijs bestaat en pas / in volle pracht ontbloeit / voor wie er is verjaagd? Misschien, // maar net zo zeker / is er geen groter geluk dan te weten: / wij wisten daar niet, wat ons overkwam." Op basis van de beste gedichten in IJsgang verdient Brassinga absoluut de VSB Poëzieprijs 2007.

Maar als het zover komt, dan zou het de eerste keer zijn dat iemand de VSB-prijs twee keer wint. Daarom gunt de jury de prijs wellicht liever aan een dichter die hem nog niet heeft gekregen. In dat geval kan ze moeilijk heen om Tomas Lieske. Met Hoe je geliefde te herkennen heeft deze in Vlaanderen nog (te) weinig bekende schrijver een rijke, zinderende bundel geschreven, zijn vierde tot dusver. Lieske is ook romanschrijver (hij won in 2001 onder meer de Librisprijs voor Franklin) en heeft ooit gezegd dat goede poëzie "een verwoestende kracht" moet hebben.

Zijn nieuwe bundel neemt die uitspraak letterlijk en cirkelt in alle mogelijke opzichten rond de kracht van de seksualiteit. In brede, maar nooit overvolle verzen refereert Lieske aan mythologie, aan de Bijbel, aan de Nederlandse politiek, aan zijn eigen ouders en aan de alledaagse werkelijkheid. Lieske dicht even gemakkelijk over Beatrix en Marilyn Monroe ("Wie wil in godsnaam met Beatrix naar bed / en wie wil niet met Marilyn van alles?") als over Azazel, een apocriefe demon die gemeenschap had met sterfelijke vrouwen, of over een del de luxe.

Doordat hij alle gedichten in hetzelfde register heeft geschreven - ze zingen van zinnelijkheid en barsten van begeerte -, komt hij moeiteloos met deze spreidstand weg. Ja, je kunt tegen deze enigszins maniëristische bundel inbrengen dat hij maakwerk is, het gevolg van een vooraf uitgedacht plan waaruit de gedichten zijn voortgevloeid. Alleen heeft Lieske dat plan zo beheerst en zo natuurlijk uitgevoerd dat je geen moment twijfelt aan de noodzakelijkheid van wat hij schrijft.

Hoe je geliefde te herkennen is een virtuoze ode aan de lenige liefde. Bij afwezigheid van Alfred Schaffer moet daarom Tomas Lieske de VSB Poëzieprijs 2007 winnen. En mocht u zich afvragen hoe u uw geliefde nu eigenlijk kunt herkennen, dan vindt u het antwoord in het titelgedicht van de gelijknamige bundel:

De naam van de geliefde sist van voltage;
de stap wordt vlak voor het rendez-vous een fractie
gewijzigd: iets ingehouden of juist extra versneld.
In het oog blinkt het heldere polaar van duindorpen;
een strakke snaar die om je gedachten gespannen was
knapt onverwachts.
Dit is wat de geliefde verspreidt:
een geur van zomerlinde, van avondmelk,
van naakte huid onder een joppertje,
een geur van de liguster aan het eind van de tuinen,
waar in het lage licht met het geduld
van spinnen de geheimen worden prijsgegeven.
Plotseling zal een jeugdig besef de dagelijkse slijtage verjagen,
schiet een woord je te binnen dat je lang vergeten was,
lijkt het niveau van Maria Callas ook voor jou
bereikbaar, en het cantilene geloof,
dat je zelfs na de dood samen
hand in hand de eeuwigheid zal bewandelen.
O, zacht licht op paden langs manmoedig gras, o,
zicht op het dociele kroos, de prudente koeien.

 

(c) 2007 De Morgen.

Lees meer...   (1 reactie)
Het doet altijd deugd om iemand die je kent stadsdichter te zien worden (nu ja, buiten een occasionele ontmoeting met Bart Moeyaert ken ik er geen andere ;-).
In het Noordhollands Dagblad las ik dat Joop, naast een voltijdse bezigheid als opa en hoofdredacteur van de Meander Klassiekers, nu ook het stadsdichterschap van Den Helder onder zijn hoede neemt. Hij volgt Martin van Kralingen op. Tijdens zijn tweejarig ambt moet de stadsdichter voeling houden met het reilen en zeilen van Den Helder en daar gedichten over schrijven.
Lees meer...
Vanmorgen overleed de Portugese surrealistische dichter en schilder Mario Cesariny de Vasconcelos. Hij stierf op 83-jarige leeftijd in Lissabon.
 
Een voorbeeld van zijn gedichten vindt u hieronder. Voor de Portugese originele tekst surft u best naar hier.
 
 

to a dead rat found in a park
 
Here this creature ended its vast career
as a dark and living rat beneath the starry expanse
its diminutive size only humiliates
those who want everything to be enormous
and who can only think in human or arboreal terms
for surely this rat used as well as it knew how
(or didn’t know)
the miracle of its tiny feet – so close to its snout! –
which were after all just right, serving perfectly
for clawing, scurrying, securing food or
beating a retreat, when necessary
 
So is everything as it should be,
O “God of small cemeteries”?
But who knows who can know when a mistake has been made
in hell’s central offices? Who can be sure
that this creation so disdained by the world
but with a world inside it
wasn’t initially conceived to be a prince or
judge of nations?
The worries it aroused in housewives and physicians!
Who are we to play at good and evil when
they’re beyond us?
Some lad understood the uniqueness of its life
and ran over it with the wheel by which, eye to eye,
the vicitim and the executioner love each other
 
It had no friends? It deceived its parents?
 
It ran all about, a tiny body that had fun
and now just lies there, gooshy, smelly.
 
What sort of conclusion does this poem,
without exaggeration, merit?
Romantic? Classical? Regionalist?
 
What end belongs to a brave and humble body
killed at the height of its lyrical powers?
Lees meer...
 
Vlaanderen is een nieuwe literaire prijs rijker. Boek.be riep de jaarlijkse Herman de Coninck-poëzieprijs in het leven. Deze zal voor het eerst uitgereikt worden op 24 januari 2007, vooravond van Gedichtendag. De gelukkige winnaar krijgt een prijs van 6.000 €. Deze eerste keer bestaat de jury uit Guido De Bruyne, Pat Donnez, Marc Reynebeau, Lieve Coppens en Piet Piryns.
In 2007 is het 10 jaar geleden dat de man die zijn volk poëzie leerde lezen, overleed in Lissabon.
Lees meer...   (1 reactie)
In België hebben we al iemand die koning wil worden, nu hebben we ook een ambitieus dichter in spe. Daniel Radcliffe (u weet wel: die van Harry Potter) wil volgens de krant The Times zijn schrijftalent ontwikkelen. De 17-jarige schuwt in ieder geval de grote woorden niet, want een universiteit is niet aan hem besteed. Je gaat naar de universiteit om erachter te komen wat (sic) je in het leven naartoe wilt. Ik heb al een carrière, en ik zou een tweede carrière als schrijver van gedichten willen ontwikkelen. Hij heeft, zo te lezen, toch al het ego van sommige dichters.
Lees meer...   (2 reacties)
Ik meldde het al een tijdje geleden. Snoek is dood, leve Snoek. Ook bij Radio 1 zullen ze dit gedacht hebben en besloten een aflevering van Alaska te wijden aan de overleden dichter. Ze haalden onder andere de ex-vrouw van de dichter voor de micro. Ook goede vriend Jef Geeraerts mocht zijn zegje komen doen. Mijn indruk na het beluisteren van de uitzending? Die man had zich prima kunnen integreren bij de Taliban. U vindt de link van de uitzending hier. (bij zoeken de termen 'Snoek' en 'Alaska' ingeven)
Lees meer...
Op 1 november publiceert het Amerikaanse literaire internet-tijdschrift Blackbird een onbekend gedicht van Sylvia Plath. Het sonnet dat de naam Ennui (verveling) meekreeg zou gebaseerd zijn op het werk The Great Gatsby van F. Scott Fitzgerald.
Het gedicht werd door een studente aangetroffen in het Plath-archief van de universiteit van Indiana. De dichteres zou het gedicht geschreven hebben in het laatste jaar van haar studie (1955). In het sonnet zou de dichteres nogal uithalen naar mensen die aan de hand van theeblaadjes de toekomst willen voorspellen. Plath wil met het gedicht aantonen dat de realiteit, spijtig genoeg, meestal veel saaier is dan sprookjes. Dat haar leven geen sprookje was, bleek spijtig genoeg uit haar zelfmoord in 1963 op 30-jarige leeftijd. Haar meesterwerk The Bell Jar lag maar net enkele weken in de winkels.
Lees meer...
Ik las net in de krant De Standaard dat Lindsay Lohan en Keira Knightley een rol hebben aanvaard in een film over het leven van de Welshe dichter Dylan Thomas.
The best time of our lives (zoals de prent zal heten) focust op de relatie tussen Thomas en zijn echtgenote Caitlin die door hun jeugdvriendin Vera Phillips (zie hiernaast) aangevallen worden met een granaat en machinegeweer.
Ik stel me twee vragen:
 
1. hoe komt een regisseur erbij om deze prent the best time of our lives te noemen?
 
2. wie zou de film gaan kijken om meer te weten te komen over het leven van de dichter?
Lees meer...   (5 reacties)
Dankzij deze link krijg je een mooi overzicht van alle antiquariaten die zich specialiseren in poëzie. Veel koop- en leesplezier.
 
Lees meer...
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl