yvesjoris.punt.nl
Abonneren
Abonneer je nu voor nieuwe artikelen in deze categorie!
Abonneren
Abonneer je nu voor nieuwe artikelen op deze website!
Laatste reacties
De moeite waard
 
 google  Yves' blog 

 
 
 
   
 
Mest, liefde en de verzen van Robert Frost, meer heeft een pompoen niet nodig om tot een prijsgroente uit te groeien. De 11-jarige Amanda Zunino las dagelijks een aantal gedichten voor aan haar pompoen Artemis, genoemd naar haar favoriete godin. Ze haalde een tweede plaats met haar pompoen van meer dan 500 kg.
 

 
The Pasture
by: Robert Frost
 
I'm going out to clean the pasture spring;
I'll only stop to rake the leaves away
(And wait to watch the clear water, I may):
I shan't be gone long - You come too.

I'm going out to fetch the little calf
That's standing by the mother. It's too young,
It totters when she licks it with her tongue.
I shan't be gone long - You come too.
Lees meer...
Bij ons is er binnenkort de boekenbeurs en het andere boek, maar de Chinese dichter Ye Fun heeft wel een heel aparte manier gevonden om aandacht te trekken. De 28-jarige dichter laat zich met zijn assistente gedurende tien dagen opsluiten in een leeuwenkooi in het 'Qingdao Forest Wildlife'.
Net zoals de dieren in gevangschap zullen ze alleen water drinken en rauw vlees eten. Aan alles is gedacht, want het personeel van het park zal gedurende 10 dagen platiek zakken aandragen om eventuele uitwerpselen te verwijderen. Wie van onze dichters doet hen na?
 
Lees meer...
1. The shortest poem in the world is said to be a verse entitled Fleas by Ogden Nash: "Adam had 'em."
 
2. The historian Thomas Carlyle described Keats's poetry as 'fricassee of dead dog".
 
3. When poet and playwright Ben Jonson died in 1637, the plot assigned to him in Westminster Abbey's Poets' Corner was too small and he had to be buried in a sitting position.
 
4. The German poet, Friedrich von Schiller used to work with a bowl of rotting apples on his desk. He believed the smell stimulated his creative processes.
 
5. The plural of 'Poet Laureate' is 'Poets Laureate'.
 
6. A good candidate for the world's shortest limerick is the Young Man from Peru: "There was a young man from Peru, Whose limerick stopped at line two."
 
7. Rhapsodomancy is an old form of fortune-telling by random selection of a line of poetry.
 
8. In 1998, officials in Bogota, Colombia, introduced poetry reading on buses to reduce stress levels.
 
9. When Charles I officially instituted the post of Poet Laureate in 1630, he stipulated that the poet receive a "butt of sack" (cask of Spanish wine) as payment.
 
10. According to the Oxford Dictionary of Rhymes, there is no English word that is a proper rhyme for either 'poem' or 'poetry'.
 
Lees meer...   (1 reactie)
Herman de Coninck - Voor mekaar
 
Voor mekaar

Vroeger hield ik alleen van je ogen.
Nu ook van de kraaiepootjes ernaast.
Zoals er in een oud woord als meedogen
meer gaat dan in een nieuw. Vroeger was er alleen haast

om te hebben wat je had, elke keer weer.
Vroeger was er alleen maar nu. Nu is er ook toen.
Er is meer om van te houden.
Er zijn meer manieren om dat te doen.

Zelfs niets doen is er daar één van.
Gewoon bij mekaar zitten met een boek.
Of niet bij mekaar, in 't cafè om de hoek.

Of mekaar een paar dagen niet zien
en mekaar missen. Maar altijd mekaar,
nu toch al bijna zeven jaar.


Herman de Coninck (1944-1997)

Uit: De gedichten , samengesteld en verantwoord door Hugo Brems, De Arbeiderspers, Amsterdam/Antwerpen, 6e druk 2000
 
 
Ik ben een gelukkig man. Wanneer ik de grootste dichters van mijn tijd wil ontmoeten, moet ik slechts enkele minuutjes stappen. Van Ostaijen, Gust Gils, Gaston Burssens en Herman de Coninck liggen zij aan zij in poëtische rust op het erepark van begraafplaats Schoonselhof. Noem me morbide, maar poëzie is het krachtigst in de aanwezigheid van de dichter. Daarom dat ik op een zomerse zondagmorgen met het verzamelde werk van Herman de Coninck naar zijn graf trok.

Mechelen 1944 - Lisboa 1997 lees ik op de glazen grafsteen die lijkt op een eenzame vloedlijn onder glas. Gestorven aan een hartstilstand in de armen van Anna Enquist, op weg naar de openingszitting van een literair congres in het Gubelkian Museum. Hij stierf met het woord in zijn hart en gedachten. De plek van zijn overlijden werd een stilzwijgend monument voor de dichter van de alledaagse taal. De literaire wereld was in rouw. Enquist schrijft over dit moment in haar bundel De Tweede Helft:

De dood, zegt men, heeft genomen.
Ik zat op de grond met een dode
maar niemand kwam om te nemen.

Sereen, gewone woorden voor een gewone man. Maar niet alleen Enquist verwerkte de overleden dichter in haar gedichten. Ook Kopland, Brouwers en Nolens schreven de stichter van het Nieuw Wereldtijdschrift een passend afscheid.

Leer het me Herman, ik ben nog zo klein.
Leer me daar vallen, en zonder te huilen,
dwars door de stoep van een wildvreemde stad.
Ook ik moet mijn gezicht vergeten.
Ook ik moet met geen vorm en geen gewicht
het diep in van een ander land.

Zo nam Nolens afscheid van zijn vriend. Een afscheid dat hij nog elk jaar meemaakt tijdens de optredens van Koningsblauw. Dit literaire in memoriam van Behoud de Begeerte herdenkt nog steeds jaarlijks het overlijden van de dichter. Begonnen als een echte hommage is het nu meer een poëtische avond geworden waarin nieuwe dichters het publiek ontroeren met hun gedichten. Het hadden de dochters en zonen van Herman de Coninck kunnen zijn. Alleen Nolens is de ancien die met zachte stem de woorden over de menigte uitspreidt.

Kiezen voor Herman de Coninck is steeds kiezen tegen de echte poëzie. Niet dat ik die mening een warm hart toedraag. Ik verkondig slechts de mening die ik toen al op school in de poësis meekreeg. Herman was te gemakkelijk. Kijk maar er staat wel wat er staat om Nijhoff te parafraseren. Neen, bijt je tanden stuk op De Oostakkerse gedichten van Claus of laat Lucebert je ziel beroeren. En toch. Gezeten op een oude doek voor het graf van een man die ik nooit persoonlijk gekend heb, met zijn woorden in mijn handen, doet me beseffen dat voor mij de taal zo mooi is in haar pure simpele vorm.

Wat voor vele recensenten de zwakte van De Conincks poëzie was, wordt hier op die zomerse zondag voor zijn graf tot een sterkte die geen woord kan tenietdoen. Zelfs de pleidooien van Speliers in Met verpauperde pen kunnen mij niet overtuigen en doen me meer dan eens denken aan een zielig natrappen in het donker. In De leegte van het wintergedicht beëindigt hij zijn pleidooi tegen de al te simpele visie van de Nieuwe Realistische Poëzie als volgt: (…) Door de negatie van de metafoor, door een gebrek aan wetenschappelijke kennis omtrent het onderscheid tussen taal en taalgebruik en door de depersonalisatie die het gevolg is van de integratiewens en de ontkenning van het epifanische karakter van de poëzie, worden in dit soort poëtische teksten de diversiteit, de nuancering en de mogelijkheid om creatief dichterlijke structuren uit te bouwen, aangetast. Dixit Speliers.

Hij had de titel voor zijn verzameling essays niet beter kunnen kiezen. Spijtig genoeg doelde hij niet op zijn eigen werk, maar op dat van anderen.
Hoogdravend gezwets dat vervalt in een intellectueel potje namen noemen overgoten met een geleerd sausje woordenschat. Genoeg voor Herman de Coninck om zelf eens in de pen te kruipen en in zijn eigen kernachtige (doch verstaanbare) woorden Speliers met de grond gelijk te maken. In het essay Een uroloog die niet kan pissen heeft De Coninck het over Speliers als een man die een huis heeft vol kapstokken, maar geen jas om mee buiten te komen, of over zijn schrijven zelf als een te eufemistische term voor wat hij oprochelt. Speliers heeft gelijk. De taal van de Neorealisten is veel duidelijker en directer. Wat betreft bovenstaande aanval antwoordt De Conick in hetzelfde essay het volgende: Ik denk dat een gemiddeld neorealist dat onderscheid beter kent dan de taalwetenschapper, want hij speelt er dagelijks mee. En in elk geval beter dan Speliers, want die heeft niet eens in de gaten dat de woordspelingen en de dubbele bodem van deze poëzie polysemisch zijn, zoals hij dat graag noemt. Game, set, match. Speliers is blijven steken in de vorm- en ventproblematiek. Een man met tunnelvisie die slechts een soort goede poëzie kent: de zijne.

Een keuze maken uit het werk van De Coninck met het oog op een Meanderklassieker is niet gemakkelijk geweest, want zowat alles wat die man schreef, kon voor mij opgenomen worden. In het gedicht 'Voor mekaar' praat een man die doorheen de jaren zijn verliefde ogen heeft afgelegd en ze heeft ingeruild voor liefdesogen. Neen, ik ga hier geen pleidooi voeren over liefde en verliefdheid, want dan verval ik ook in dat uitleggerige schoolmeestervingertje.
Want we moeten dissecteren, catalogeren, expliceren om beter te begrijpen. Help ons beter te begrijpen, Heer, want zelf een eigen mening vormen wordt ons niet meer geleerd. In deze optiek werd Herman De Coninck ingedeeld in de literatuurgeschiedenis bij de neorealistische poëzie (NRP). Poëzie die ontstond als reactie op het hermetisme van de experimentele dichters (zoals Paul De Vree en Mark Insingel), lees ik in Meulenhoffs Overzicht van de Europese Letteren van Homerus tot Heden, Deel III. Kenmerken van de NRP zijn volgens ditzelfde boek: (…) een eenvoudig taalgebruik waaruit metaforen worden geweerd, aandacht voor de anekdotische, alledaagse, waarneembare werkelijkheid, en tegelijkertijd, paradoxaal genoeg, een opnieuw ter discussie stellen van de scheiding tussen grens en fictie. (…)

Zo, nu weten we het ook. En net zoals je bij het lezen van het gedicht van De Coninck plots de aha-erlebnis zal hebben waarbij dit gedicht synoniem voor echte liefde wordt, zo zal bovenstaande definitie ooit zijn volle betekenis krijgen als je veel van dergelijke literatuurstudies onder de loep neemt. Ik persoonlijk kies dan voor een eigen, variabele betekenis van dit gedicht, afhankelijk van het tijdstip en de plek waarop ik het lees. Dit is voor mij de enige definitie van een goed gedicht: woorden in een onderlinge samenhangen die steeds een grotere meerwaarde zullen bieden naarmate de lezer er naartoe groeit. Want hier deel ik de mening van De Coninck die in Over de troost van pessimisme schrijft dat er drie criteria zijn om een gedicht te bekijken - het kan mooi, interessant en vernieuwend zijn - maar dat er slechts één literair criterium is: het moet mooi zijn. (zie zijn essay Niets dan wat gerimpel - Over Roland Jooris).

Als beweging heeft NRP slechts enkele jaren bestaan. Dichters kwamen en gingen, sloegen andere wegen in en werden plots tot een andere strekking gerekend. Sommigen dichters, zoals Patricia Lasoen, zijn nog aanwezig in de literaire wereld. Lionel Deflo, die de dichters als nieuw-realistische stroming aan de wereld toonde, ging verder met zijn literaire tijdschrift Kreatief tot enkele jaren geleden de subsidiekraan werd dichtgedraaid. Stromingen en dichters. Vijftigers en Tachtigers. Gard Sivik en Barbarber. Neorealisten of Neoromantici. Tijdens hun leven was hun poëzie onderdeel van een structuur om het geheel in vakjes te kunnen verdelen. En nu liggen ze naast elkaar: strekking naast strekking en ik lees Gils voor het graf van Van Ostaijen en de Coninck voor het graf van Elsschot. In de dood zijn ze gelijk, hun woorden blijven echter een twistappel voor enkele fijne luiden.

Deze tekst verscheen eerder in Meander Klassiekers

Lees meer...   (1 reactie)
Vorig jaar keerde Alfred Schaffer terug uit Zuid-Afrika. Het tienjarige verblijf laat zich voelen in Schuim, zijn vierde dichtbundel. De toon van de gedichten veranderde: de rauwe dreiging van Afrika is voelbaar doorheen de bundel. Fleur Speet had een interview met Schaffer voor De Morgen. U leest het hieronder.
 

'Geen rozengeur in mijn poëzie'
 
'Er zou meer zichtbare armoede moeten zijn, er zouden meer aanslagen en moorden moeten zijn, dan wordt de rauwe realiteit vanzelf onderdeel van ieders leefwereld'
 
Gesprek met de Nederlandse dichter Alfred Schaffer over realiteit en engagement
'Engagement in Nederland? Dat zit niet in de volksaard.' De Nederlandse dichter Alfred Schaffer (1973), gelauwerd met de Jo Peters Poëzieprijs voor zijn debuut, deed na zijn promotie in Kaapstad onderzoek naar engagement in de Nederlandse en Zuid-Afrikaanse poëzie. Vorig jaar keerde hij na zijn tienjarige verblijf in Zuid-Afrika terug naar Nederland. Er bleek veel veranderd. Zijn poëzie veranderde mee. In Schuim, zijn vierde bundel, is de rauwheid en dreiging van Zuid-Afrika voelbaar, maar ook de oppervlakkigheid van de westerse cultuur.
 
Door Fleur Speet
 
U hebt eens gesteld dat u het onmogelijk vindt om over rozen te dichten als je kwaad bent op Bush en bang voor wat Bin Laden uitspookt.
"Inderdaad, dus geen rozengeur in mijn poëzie. Ik haal de urgentie van mijn werk vaak uit het nieuws, dat kun je goed zien aan de eerste afdeling van Schuim. Het gedicht 'Waar je ook bent, je hebt niets gezien' is bijvoorbeeld een aanklacht tegen mediageweld dat dramatische gebeurtenissen plat maakt. Met de tsunami - 'En toen kwam de zee eraan' - waren toeristen gemoeid en het gebeurde tijdens kerst, dat zorgde voor veel aandacht. Op dat moment waren we erg begaan, we openden gironummers, keken naar televisieprogramma's, maar daarna was het afgelopen en bestond het niet meer. Mediageweld creëert een short attention span. Maar dramatische gebeurtenissen vinden constant plaats. Nu is er volgens mij een flinke overstroming in Noord-Korea, maar we horen er niets over. Onze aandacht is misschien wel oprecht, maar niet doorvoeld."
Kan het dat wel zijn?
"Er is geen gebruiksaanwijzing, als jij de drang voelt om te helpen, kun je grote dingen bereiken. Maar nu lijkt engagement vaak op het kopen van een aflaat. Zo van: ik moet begaan zijn met de wereld, anders ben ik egoïstisch. Een cheque is geen afkoopsom, maar kan wel degelijk helpen. Het hangt er maar vanaf met welke intentie je zo'n cheque ondertekent. Je kunt altijd al bezig zijn met wat daar gebeurt, er komt een actie waar je wellicht zelf aan bijgedragen hebt en natuurlijk stort je dan geld. Ik vind het verdacht als je denkt: o, is er dat aan de hand, nou laat ik dan maar 40 euro overmaken, want ik voel me toch een beetje ongemakkelijk bij die beelden.
"Er zijn ook mensen die zich werkelijk inzetten, die klinieken voor aidskinderen opzetten in Zuid-Afrika, om de paar maanden die zulke kinderen nog te leven hebben te veraangenamen. Maar die mensen staan niet in de schijnwerpers en hoeven geen gat in zichzelf te vullen. Ze willen iets betekenen voor die kinderen en niet voor zichzelf. Wat urgent is en wat eigenbelang, voel je direct. Mensen in zo'n aidskliniek praten niet over wat ze bewerkstelligd hebben, maar over hoe het met de kinderen gaat. Echt engagement bestaat wel degelijk, maar is vaak noodgedwongen anoniem."
En Bono dan, Madonna of Brad Pitt, die in New Orleans tot de tegenovergestelde conclusie komt als Bush? Nota bene een filmster.
"Waarom geen filmster? Zijn sterren oppervlakkiger? Niet per definitie. Bob Geldof is voor mij nog steeds een held. En moeder Teresa en Mandela. Maar zulke zichtbare oprechtheid is dun gezaaid. Bij het optreden van Madonna heb ik geen moment het gevoel dat ze er echt mee begaan is, omdat het deel is van de choreografie. Alles is doorgesproken; wanneer het kruis omhoog gaat, wanneer de cijfers verschijnen, want het nummer moet ook even lang duren als de cijfers bewegen. Dan gaat het meer om de visualisatie van het idee dan om het idee zelf.
"Ook bij Bono vraag ik me af of hij gedreven wordt door sterrencultus, het schuldgevoel dat wellicht ontstaat als je alle privileges hebt, of dat hij echt begaan is met het leed in de wereld. Hij maakte zichzelf verdacht met een detail, zijn zonnebril. Wie houdt die nou op als hij naast Kofi Annan gaat zitten om een persconferentie te geven? Je bent op zo'n moment toch niet met je imago bezig?! Ik zou zeggen dat je je imago als ster gebruikt om door te dringen tot machtslagen waar andere stervelingen nauwelijks toegang toe krijgen. De vraag is: zou Bono hetzelfde doen als hij geen bekende Ier was met miljoenen op de bank? Dáár gaat dat eerste gedicht over. Zulke vragen vormen de onderstroom in al die gedichten, ze zijn de essentie en vormen het startpunt van mijn associatieve beeldenreeksen."
Wel cynisch, dat laatste zinnetje van het gedicht: 'We drukken af'.
"Ja. Dat heeft denk ik te maken met mijn generatie. In de jaren zestig en zeventig legden mensen nog gewicht in de schaal met demonstraties en het scanderen van leuzen. Dat idealisme is verdampt. Door internet en televisie is de wereld dichterbij gekomen, maar is ook duidelijk geworden hoe ver mensen in het soort leven dat ze leiden van elkaar verwijderd zijn. De kloof is zichtbaar en te groot, als individu kun je die niet meer overbruggen, zelfs een cheque uitgeschreven met de juiste intentie poetst het verschil niet weg. Daarom is engagement volgens mij een typisch westers probleem. Wat we overhouden zijn Kodakmomenten, daarna leven we verder. Tegelijk kun je halfslachtig engagement niet cynisch afdoen, want het is beter dan niets. Maar het blijft aan de oppervlakte, vandaar dat gedicht."
Heeft leven in Zuid-Afrika uw ideeën aangescherpt?
"Beslist. Daar zitten de eerste en de derde wereld elkaar letterlijk op de huid. Ik stap mijn huis uit en struikel over J.J. en Richard die de hele nacht op mijn stoep liggen te slapen. Daar gaapt direct een onoverbrugbare kloof voor mijn voeten. Je kunt die mensen dan wel soep en brood geven, maar je intuïtie blijft westers. We leerden Richard kennen toen hij 12 was, hij zat heel stilletjes en eenzaam in een hoekje tussen de videotheek en onze voordeur. We raakten met hem bevriend, maar na verloop van tijd verloren we hem uit het oog. Hij zwierf weer naar een ander deel van Kaapstad met zijn gangstervriendjes. Toen we zo'n zes jaar later voor een stoplicht stonden, hoorden we opeens doef-doef-doef, iemand op het raam kloppen. Je schrikt je de pleuris, het is meteen bedreigend. Je weet dat zo'n donkere schaduw in je ooghoek de weg niet komt vragen. En dan blijkt het Richard te zijn. Dat confronteerde mij enorm met mijn westerse conditionering. Zie zo'n impulsieve reactie maar eens te voorkomen. Dat maakt het ook zo moeilijk om uit mijn cynisme te breken."
Zelfs over de dood dicht u cynisch: 'Weet je wie er ook dood is?'
"Cynisme schept afstand en is zo ook redmiddel. De dreiging in Zuid-Afrika ligt erg aan de oppervlakte, een goede vriendin van me werd vermoord, mijn schoonmoeder werd verkracht, maar in mijn gedichten zijn die feiten niet expliciet herkenbaar. Ik wil niet dat het larmoyant wordt. Vorig jaar november overleed mijn vader. Ik ben 32 en wees, realiseerde ik me toen. Dat hakte erin. Een paar maanden na zijn dood stapte ik op de trein voor drie dagen Brussel, zocht een goedkoop hotelletje, slenterde 's nachts door de stad en schreef overdag aan het gedicht 'Rijp'. Dat was het pijnlijkste en moeilijkste wat ik ooit gedaan heb. Ik scheurde mezelf kapot.
"Later, in Parijs, schreef ik het veel troostender gedicht 'Krank'. Ik had een map gevonden van mijn vader met daarop: 'Voor Alfred'. Het waren zo'n veertig getypte pagina's waarin hij zijn jeugd beschrijft zoals hij mij die ettelijke malen verteld heeft. Zo vaak dat ik die verhalen mee kon mimen. Maar toen hij dood was, wilde ik niets liever dan hem die verhalen nog tienduizend keer horen vertellen. In 'Krank' verwerkte ik zinnen van hem als in een quatre-mains. Samen aan de piano, de piano die ik als een van de weinige dingen nog van hem heb. Maar wie het leest, heeft dit waarschijnlijk allemaal niet door en dat is goed zo."
Het is wel duidelijk een harde bundel.
"Tegenover de harde realiteit, een harde wereld kan ik geen zoetgevooisde poëzie zetten. Iedereen heeft zijn persoonlijke besognes en zijn reacties op de buitenwereld. Het is inkt die zich verspreidt, maar uit dezelfde pot komt; als je kunst maakt, sijpelt dat er allemaal in. 'En wat wil het toeval' is daar een goed voorbeeld van, het gaat over de dood van Theo van Gogh. Het eindigt met "Hé, dat rijmt." Dat vinden sommigen grappig, maar het is heel functioneel en toont mijn machteloosheid. Je bent bezig met de ernst van de zaak, probeert greep te krijgen op de gebeurtenis, maar bent zo afgeleid door iets tekstueels. Ik heb in deze bundel minder verhaaltjes bedacht, het is minder anekdotisch en ligt er niet dik bovenop, maar het zit er wel degelijk in. Omdat het móést, omdat ik die drang en urgentie voelde."
Aan jonge auteurs in Magazijn werd de vraag gesteld: 'Wat zal de invloed zijn van de moord op Theo van Gogh in de Nederlandse literatuur?' Wat is uw antwoord?
"Dat dit een typisch Nederlandse vraag is. Ik kan me niet voorstellen dat zo'n vraag in Zuid-Afrika wordt gesteld, of in Amerika. Het impliceert dat de Nederlandse kunstenaar nooit bezig is geweest met de wereld en dat deze moord nu eindelijk het verschil zou kunnen maken. Dit is dus waar Nederland nu is. We weten ons geen ráád met de wereld! Natuurlijk gaat er niets veranderen, de Nederlandse volksaard is nu eenmaal niet geëngageerd. Als het kabinet valt, opent het nieuws met het dopingschandaal van de Tour de France. Zie dat maar eens te veranderen, daar helpen geen drie moorden aan."
Joost Zwagerman merkt in zijn essay Tegen de literaire quarantaine op dat Nederlandse auteurs niet eens de kans krijgen geëngageerd te zijn.
"Inderdaad. We zeggen: doe maar normaal, schop niet zo'n drama. Je kunt niet verwachten dat iemand geëngageerde kunst maakt als hij of zij er niets bij voelt, behalve compassie. In Nederland levert engagement daardoor vaak gezapige en niet ter zake doende literatuur op. Toch snakken we allemaal naar literatuur die ertoe doet, die de werkelijkheid zo kneedt dat we er meer mee kunnen dan die aan te staren. Nederlandse kunstenaars vinden dat alles moet kunnen en zeggen: waarom moet ik me interesseren voor een andere leefwereld? Ja, dank je de koekoek, natuurlijk moet alles kunnen in de kunst! Maar als je jezelf als kunstenaar niet op het spel zet, dan is de kunst geen kunst meer maar een kunstje. Kunst moet zich voor álle leefwerelden interesseren. Neem The Plot against America, die roman gaat om meer dan alleen Philip Roth. Zo'n instelling hebben maar weinig Nederlandse auteurs. Ik denk dat we het te goed hebben. Er zou meer zichtbare armoede moeten zijn, er zouden meer aanslagen en moorden moeten zijn, dan wordt de rauwe realiteit vanzelf onderdeel van ieders leefwereld. Je kunt het auteurs nauwelijks kwalijk nemen, maar zich niet inleven in andere werelden is wel een gemis. De urgentie van kunst en van het leven hangt er vanaf."
 
'De Nederlandse kunstenaar is nooit bezig geweest met de wereld'
 
Alfred Schaffer
Schuim
De Bezige Bij, Amsterdam, 105 p., 15 euro.
 
'Nu lijkt engagement vaak op het kopen van een aflaat. Zo van: ik moet begaan zijn met de wereld, anders ben ik egoïstisch'
 
(c) 2006 De Morgen.
 
Lees meer...
Poëzie is ultieme schoonheid voor mensen met een la­ger IQ.
Maar natuurkunde is ultieme poëzie voor men­sen met een hoger IQ.’
 
(Kader Abdolah)
 
Lees meer...   (4 reacties)
De boerenstiel is hard en weinig lonend. Ik denk met heimwee terug aan het gezin van Paemel en het boerenmeidengestommel in Streuvels Vlasschaard. Maar automatisatie steekt de kop op en de gemiddelde boer pleegt ook wel eens een gedicht te schrijven. Voortrekker Wilfired Verdoodt (what's in a name), aka Jezus Van Malderen, roept alle boeren en boerinnen van Vlaanderen op om het boerenbestaan met poëtische pen te vereeuwigen. U leest er hier meer over.
 
Op het internet vond ik al volgende openingszinnen:
 
Als het paard geen haver lust, dat het dan mijn ... kust
 
of het meer poëtische
 
Als de boer naar varken ruikt, heeft hij vast een zeug misbruikt.
Lees meer...
Het standbeeld van Poesjkin op het gelijknamige plein in Moskou heeft al aardig wat meegemaakt: Stalin liet het deporteren (100 m weliswaar) en een tijdje later lieten Tsjetsjeense rebellen een springtuig afgaan aan de linkervoet van de meester. Maar waar terreur en dictatuur niet in slaagden, dreigt economie wel succes te boeken. Er zijn immers plannen om de dichter van Evgeni Onegin plaats te laten ruimen voor ... een shoppingmall. Er zijn geen zekerheden meer, tenzij de zekerheid dat geld meestal overwint.
 

(nu nog een standbeeld, binnenkort een shoppingmall?)
Lees meer...
Poëziewandeling in de Hobokense Polder met aansluitend een brunch
 
 
 
 
Gidsen: Initiatiefneemster en hoofdgids: Danielle Van Nieuwenhuyse
"Hulp"gidsen: Chris Verwaest, Ria Thys, Lieve Willems, Jaak De Saeger
Info en inschrijvingen:
Ria Thys, 03/289 73 66
 

Poëzie is ...

... woorden die suggereren,
woorden die zingen en meedansen op tonen,
woorden die muziek worden,
blij, droevig, opgewekt, intiem, beneveld,
gek, berustend, kwaad, kwaadwillig, ...

De natuurgidsen van Natuurpunt Hobokense Polder en het Oudercomité van de Polderstadschool nodigen u van harte uit op een poëziewandeling in het prachtige gebied Hobokense Polder.
Natuurgedichten van hedendaagse dichters zullen u de natuur met andere ogen doen bekijken. Voor de kinderen zullen gedichten op kindermaat worden voorgedragen.
Na de wandeling bieden we u een overheerlijke en veelzijdige brunch aan in de Polderstadschool.

Wanneer: zondag 10 septemver.
Praktisch: Voor de wandeling met brunch betaalt u 6 euro per persoon en 4 euro per kind vanaf 6 jaar. Gezinnen betalen maximum 18 euro. Deelnemen kan vanaf 6 jaar! Vertrek om 10 u aan de parking van taverne De Schorren. Einde brunch voorzien rond 14 u.
Lees meer...
 
Gewoon een leuk hebbedingetje. Surf eens naar deze link, vul uw URL in en de wesite berekent de waarde van uw werk. Of het efficiënt is, laat ik in het midden. Volgende resultaten wil u zeker meedelen.
 
Meander: 16.623 USD
De Contrabas: 9.657 USD
Rottend Staal: 2.094 USD
Parlandoooh: 1.067 USD
Olaf Risee: 3.726 USD
 
 
Lees meer...
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl