yvesjoris.punt.nl
Abonneren
Abonneer je nu voor nieuwe artikelen in deze categorie!
Abonneren
Abonneer je nu voor nieuwe artikelen op deze website!
Laatste reacties
De moeite waard
 
 google  Yves' blog 

 
 
 
   
 

Er zijn momenteel dollarmunten in de handel waarop het bekende In God we trust door een mislag niet aanwezig is. De munten vinden al gretig afname op Ebay. Ik vraag me af of God het niet opzettelijk gedaan heeft en hij eenzijdig zijn contract met de States heeft opgezegd. Land of the free and the hypocrite. Land waar alles kan en niets mag.

Dat zullen ze ook gedacht hebben in een Amerikaanse school waar drie leerlingen geschorst werden wegens het gebruik van het woord Vagina tijdens een opvoering van de Vagina Monologen. Lijkt me wel even moeilijk om over het Nieuwe Testament te vertellen zonder Jezus te vernoemen. Een land waar je 18 moet zijn om je eerst pintje te drinken, waar je 21 moet zijn op op café te mogen gaan, maar ook het land waar je als 16-jarige mensen van de weg mag maaien met een wagen of met een eigen vuurwapen je klas kan uitmoorden.

De school haastte zich om te zeggen dat ze geen aanstoot namen aan het woord, maar dat er was overeengekomen dat de studentes het woord niet zouden gebruiken. Volgens mij hebben ze daar ook een woord voor in het Engels: bollocks, zo mooi in het Nederlands vertaald als LULkoek.

Ik vraag me af of de huidige president van de VS dan niet in de problemen zal komen, want volgens mij is Bush ook niet zo koosjer. En dan bedoel ik niet alleen de man.

Lees meer...
Na de bekentenissen van Taoist Sun I was het de bedoeling om de biografie van Borges eens onder handen te nemen. Het was teveel van het goede. In het echte leven heb ik al problemen om familieleden verder dan een tweede graad te benoemen en nu kreeg ik de ganse Borgestak onder ogen. Een boek van nu wordt gedegradeerd tot een boek voor later. Gelukkig is Cambodja een land waar men het niet zo nauw neemt met het merkenrecht. Even een boek door het kopieerapparaat, mooie cover eromheen en alles is klaar voor de verkoop. Zo koop ik in Kampot (naast zijn illegale kopies  van boeken verder ook bekend om zijn peper) het boek  Air Babylon voor 3 dollar, terwijl de gekopieerde cover 7,99 GBP vermeldt.
 
Een goede raad: lees het boek nooit vóór je op een vliegtuig stapt. Of, als je een slecht karakter hebt, geef het boek als geschenk aan iemand met vliegangst een week voor diens vertrek.
De korte inhoud van het boek? De auteur heft de anonieme getuigenissen van luchthavenpersoneel verwerkt tot Een dag in het leven van of dichter bij huis Het leven zoals het is: de luchthaven. Verloren bagage, corrupte  incheckbedienden die voor 100 eurootjes je ticket upgraden, waardoor er meer volk in business belandt dan er in economy overblijft, laxeermiddelen die verdwijnen in de maaltijden van lastige klanten. Alles passeert de revue op een herkenbare en vermakelijke manier. Het  boek is onderverdeeld in tijdstippen van de dag en als rode draad is er de verjaardag van een homofiele medewerker die een fuif plant in Dubai en daarvoor bijna ganse First Class heeft geblokkeerd. Ik geef toe dat er weinig normale mensen in het boek hun intrede doen. Hostessen neuken piloten, slikken paracetamol en andere zaken die een gemiddelde wielrenner door de Tour de France moeten helpen, stewards snuiven een lijntje tijdens de vlucht, onbekende wippen er op los in de toiletten en de meest promiscue hostessen hebben nog nooit van ondergoed gehoord. De apotheose van het boek is een bacchanaal in de vliegclub van Dubai waarbij George Michael verlegen zou wegkijken.
410 bladzijden die ik sneller dan Mach 1 gelezen heb en waarbij ik meer dan eens in een harde lach uitbarstte. Of de luchthavenautoriteiten en de vakbonden tevreden zijn met dit intern onderzoek is een andere zaak. Het weerhield e auteur er zeker niet van om ook eens een boekje open te doen over de hotelsector (Hotel Babylon), de modewereld (Fashion Babylon) en de wereld van in-vitrofertilisatie (The stork club).
Wellicht te luchtig om in een eigen bibliotheek thuis te horen, is dit toch zeker een boek dat iedereen die al eens de binnenkant van een vliegtuig gezien heft, zeker eens moet lezen. Caveat lector: als luchtreiziger trekt u steeds aan het kortste eind. Wees dus steeds vriendelijk tegen het vliegend personeel.
 
Wie trouwens aan de echtheid van sommige getuigenissen twijfelt, leest hieronder een krantenartikel dat op 12 februari in de krant verscheen.
 
De Australische luchtvaartmaatschappij Qantas Airlines heeft een stewardess geschorst nadat ze op een vliegtuig seks zou hebben gehad met de acteur Ralph Fiennes.

De 38-jarige vrouw ontkent, maar geeft wel toe dat ze op een vlucht naar India een tijd met Fiennes in het toilet heeft doorgebracht. De twee konden het wel met elkaar vinden tijdens de reis en toen de stewardess naar het toilet ging, zou de 45-jarige acteur haar gevolgd zijn.

"Ik heb hem duidelijk gemaakt dat het ongepast was om me in het toilet op te zoeken", verklaart de vrouw in een officieel statement. "Hij maakte avances, maar ik heb hem gevraagd daar onmiddellijk mee op te houden." De luchtvaartmaatschappij heeft de stewardess voor onbepaalde tijd geschorst zonder wedde. Officieel omdat ze Fiennes had toegelaten een zetel te gebruiken die uitsluitend voor het personeel bestemd is.


Lees meer...
Ik geef het toe; ik ben verslaafd. Ik kan geen boekenwinkel voorbijgaan zonder binnen te gaan en me te laten verleiden door al die glanzende, veelbelovende boekomslagen. Mijn boekenkast puilt uit. Ik begin boeken in rijen te plaatsen om zo de indruk te geven dat ik alles onder controle heb. Boeken voor later, boeken van vroeger, boeken die ik altijd al wilde hebben en momenteel door tijdsgebrek boeken voor later worden.
Het mooiste moment is dan ook altijd wanneer ik een boek voor later een boek van nu wordt: Ulysses van Joyce, het verzameld werk van Borges, de poëzie van Ezra Pound , Blaise Cendrars en Allen Ginsberg. Ze staan allemaal te wachten om boeken van nu te worden. David Payne is er deze vakantie in geslaagd om met zijn Confessions of a taoist on Wall Street een boek van nu te worden.
Ik geef het toe. Ik heb het boek al eens een keer gelezen tijdens een vorige vakantie enkele jaren geleden. Ik was er nog niet klaar voor. Ik weet niet of ik er deze keer klaar voor was, maar ik heb het boek in ieder geval uitgelezen: 734 bladzijden literair Engels.
 
Payne is een erudiet man (of wil het in ieder geval toch laten uitschijnen). Moest het boek recent gepubliceerd zijn, dan zou de vergelijking met Dan Brown zich zeker opgedrongen hebben. Langs de andere kant wordt tegenwoordig zelfs de koran getoetst aan Brown, dus die piste laten we maar links liggen. Maar Confessions werd in 1984 uitgegeven. De Nederlandse vertaling heeft volgens mij geen potten gebroken en ik trof deze vertaling dan ook aan op een rommelmarkt voor 1 euro. (Payne most het eens weten). Nochtans dringt een vergelijking met Brown zich op. Beide auteurs hebben zich immers minutieus gedocumenteerd over hun onderwerp. Het onderwerp van Brown hoef ik het niet meer te vertellen, tenzij u de laatste tien jaar in de missies van Dark Africa hebt doorgebracht en de batterijen van je enige zender een vijftal jaren geleden leeg waren. Payne neemt zijn lezers mee naar het taoïsme (China) en de Dow Jones (NY). Het verhaal is echter geen pageturner zoals de DaVinci code, integendeel. De taal van Payne is daar veel te bloemrijk en genuanceerd voor. Brown is fastfood, Payne is een copieuze maaltijd die zich in al haar facetten openbaart aan iedereen die zijn smaakpapillen de gelegenheid geeft. Vergeet echter niet dat een uitgebreide maaltijd dikwijls op de maag kan blijven liggen. Lector caveat.

Het verhaal zelf is onderverdeeld in drie ongelijke delen. In het eerste gedeelte maakt de lezer kennis met de jonge monnik Sun I die in het afgelegen klooster van Ken Kuan opgroeit. Sun I leidt hier een beschermd (taoïstisch) bestaan dat plots een abrupt einde kent door de komst van Tsiao, de broer van Sun I’s overleden moeder Ch’iu-yeh. Zij stierf bij de geboorte van Sun I. De bastaardzoon van Ch’iu-yeh en Eddie Love werd aan de goede zorgen van de monniken overgelaten. Meer dan honderd bladzijden lang neemt Payne zijn lezers mee langs ruisende rijstvelden van een premaoïstisch China, terwijl de ongelukkige familiegeschiedenis van Sun I uit de doeken gedaan wordt. De kracht van deze uitweidingen is tevens de zwakte van het boek. Je kan gerust meerdere bladzijden overslaan of heel verticaal lezen zonder ooit de draad van het verhaal kwijt te geraken. Nadeel is dan weer dat je de literaire meanderende taal van Payne nooit ten volle zal proeven. De keuze is aan de lezer. Tsiao neemt je mee naar het China van de Tweede Wereldoorlog, van generaal Chennault en zijn Vliegende Tijgers. Een van die tijgers is Eddie Love: piloot, charmeur, goochelaar, durfal, mensenkenner en ... erfgenaam van een familiefortuin. Tijdens een goochelsessie ten huize van de vader van Ch’iu-seh verovert hij het hart van deze schone. Ten gevolge van de verboden, maar door de vader oogluikend toegestane, liefde geraakt ze zwanger. De Vliegende Tijgers worden echter gedemobiliseerd alvorens Sun I geboren is, en Eddie vertrekt terug naar de Verenigde Staten. De baby komt gezond ter wereld, maar de moeder sterft aan de gevolgen van de geboorte. Of was het toch de al te gratuite woordspeling lack of Love?
In het tweede deel van deel 1 is de lezer getuige van het vertrek van Sun I naar New York, de queeste naar zijn vader en naar de tao in de Dow. We zitten ondertussen 168 bladzijden verder en meer is er nog niet gebeurd. Het lijkt wel alsof Payne in navolging van de grote Russische schrijvers per pagina betaald wordt. Tijdens zijn reis heeft Sun I de nodige ontmoetingen met een aantal al te karikaturale personages waarvan de contemplatieve moordenaar Tsin de belangrijkste is. De andere personages zijn alleen maar functioneel binnen het kader van de betaalde pagina’s. Deel 1 eindigt op pagina 182.
Ik geef het toe. Ik las nooit meer dan 15 pagina’s per dag. Ofwel dwaalden mijn gedachten af ofwel liet ik de woorden dieper bezinken dan nodig was voor het verhaal. Wie dit eerste deel overleeft (thuis had ik het boek zeker opnieuw aan de kant gelegd), is klaar voor de confrontatie Tao-Dow in het tweede deel.

Frank Sinatra zong het al: if I can make it there, I can make it everywhere. Dit wordt ook het lijflied voor de illegaal Sun I (of hoe noem je iemand die net voor de haven overboord springt en al zwemmend de oever bereikt). Let op we zijn 1984 , de Reaganjaren. In het huidige Bushtijdperk zat Sun I ongetwijfeld al op Guantanamo in het kader van de War on Terrorism.  Nu kan ik eindelijk wraak nemen. De eerste 200 bladzijden moest ik verstek geven omdat taoïsme, confucianisme, Chennault en Chinese kloosters niet mijn dada zijn, maar de Dow is het wel. En ook hier heeft Payne meer dan voldoende veldwerk verricht. Maar een indigestie dreigt oor de ijverige lezer. Payne blijft je overvloedig bestoken met details, terwijl zijn personages zelden het tweedimensionale van een Dan Brown overstijgen. Lo is een hardwerkende Chinees die in een restaurant werkt omdat hij door drank en gokken zijn kansen op een eigen zaak verspeelt heeft. Zijn echtgenote is van het stand-by-your-mantype en weigert zijn slechte kanten onder ogen te zien. Wo is de zoon des huizes die zijn familie wijsgemaakt heeft dat hij een hotshot in Wall Street is, terwijl hij daar slechts een loopjongen op de beursvloer is. Yin-mi is de jongste dochter die als bekeerde katholiek Payne de mogelijkheid biedt om Sun I nog eens lekker te laten doorbomen over godsdiensten met Vader Reilly, een Ierse priester (de gevaarlijkste soort, heb ik me ooit laten wijsmaken). Gelukkig stapt Sun I tijdens deze New Yorkse periode geen kebabzaak binnen of we hadden nog een rondje Islam gekregen. Om terug te komen op Yin-mi. Volgens mij wordt ze door Payne alleen maar ten tonele gevoerd om het karikaturale tegenbeeld te vormen met haar zus Li. Terwijl Yin-mi vanaf het eerste ogenblik verliefd is op de jonge monnik, maar deze liefde nooit het platonische bakvisachtige overstijgt, dan zal Li er in slagen om na een tweede ontmoeting de monnik al uit zijn pij te werken en hem even van Nirvana naar Samsara te neuken. Li wordt oor mij het mooiste uitgewerkt door Payne. Omdat ze als een rasechte nihiliste door het leven gaat, moet Payne haar ook geen keuzes laten maken. Ze studeert antropologie, neukt, zuipt en rookt. Alleen de volgorde verandert. O ja, ze heeft ook nog iets met Griekse mythologie, want bij elke stap die Sonny (yeah mate, the monk is dead, long live the monk) onderneemt, krijgt hij een lading Griekse goden over zijn hoofd: je zou voor minder beginnen neuken en zuipen.

Herinnert u zich Wo nog, het Wall Streetmirakel van de familie? Omdat hij (toch volgens zichzelf) zoveel macht heeft binnen de beurs, dringt de nietsvermoedende familie aan om Sun I een baan te bezorgen. Het zweet breekt Wo uit. Om niet dadelijk door de mand te vallen, spreekt hij met Sun I af voor Trinity Church en biecht hem alles op. Maar omdat het verhaal anders gedaan zou zijn, is er die dag toevallig een vacature. Vergeet niet: we zijn 1984, een Chinees zonder green card kan dan dadelijk een baan krijgen. Nu word je bijna doodgeschoten als je per ongeluk je veiligheidsgordel losklikt een seconde voor het vliegtuig volledig tot stilstand gekomen is. Sonny en Wo zijn nu beiden loopjongens en zoals andere figuren binnen het boek is zijn rol uitgespeeld en wordt hij uit het script weggeschreven. Sonny loopt na een paar dagen de jood Kahn voor de voeten en deze ietwat anachronistische figuur ontfermt zich over Sonny om hem de klappen van de beurszweep te leren kennen. Over een zoveelste deus ex machina gesproken. Kahn leert Sonny streven naar de Tao in de Dow, of is het toch vice versa? Sonny heeft nu de kennis, maar niet het geld om het spel te spelen. Een volgende deus dringt zich op.
Sonny heeft nog steeds het doopkleed liggen dat hij van zijn moeder geërfd heeft, verpandt het en investeert de 1.000 dollar die hij ervoor krijgt in een aandeel dat door Kahn met voorkennis aangeraden wordt. In Nirvana worden ze zenuwachtig, Samsara kijkt vol vertrouwen toe. Natuurlijk komt de fraude uit: geld weg, kleed weg en ook Kahn wordt van de beursvloer verwijderd. Ga niet langs start, u ontvangt geen geld. Gelukkig is er nog een sleutel. Ja, de di ex machina maken overuren. In de zak bij het doopkleed zat een sleutel. Van Jonathan Safran Four (Extremely loud and incredibly close) weten we ondertussen hoeveel sloten er zijn in New York, maar Sonny heeft geluk. Hij stapt op goed geluk een Chinese slotenmaker binnen in een of andere Chinatownachterbuurt. Laat die man nu net een boek hebben met alle gecodeerde safesleutels in New York. U gelooft het ook nog allemaal? Deze sleutel leidt naar een kluis waarin Sonny een aantal APL-aandelen (American Power and light, de holding van papa) vindt die hem plots van zero tot hero promoveren (eat your heart out, Jean-Marie). Zoontje heeft opnieuw geld en kan dus verderspelen.
In zijn vlucht naar de top vangt hij de vallende jood, Kahn, op. Het insiderschandaal speelt plots geen rol meer en samen richten ze het beleggingsvehikel Bull Inc. op (u ziet de woordspeling toch ook weer?) dat via de nodige LBO’s (leveraged buy-outs) een ongekende groei kent. U gelooft het nog steeds allemaal? Er komt nog meer. Bull Inc. adviseert haar beleggers op basis van de I Ching, een soort horoscoop voor de taoïstische gelovige, DIE ZUIVER VAN HART IS (oops, een weggevertje hier van Payne).

In deel 3 krijgt de over de stier getilde monnikinvesteerder het in zijn hoofd om APL over te nemen. De zoon wil de vader overtroeven of om er toch even een Li en de Griekse mythologie bij te betrekken: Oedipus wil Laërtes vermoorden. Het enige verschil nu is dat Love al dood is. Enkele jaren geleden crashte hij met zijn vliegtuig en werd nooit teruggevonden. Alleen zoonlief is niet overtuigd dat papa werkelijk dood is en dat de verdwijning van Eddie Love zijn ultieme goocheltruc was. Door APL over te nemen zal de zoon zijn moeder wreken. Joden zien meestal snel genoeg wanneer er stront aan de knikker is en Kahn verkoopt zijn deel van de Bull Inc.-aandelen. De megalomanie van Sonny kent echter zijn grenzen en , ondanks ettelijke waarschuwingen van de I Ching, rijdt hij zich volledig in de vernieling. Bij de nederlaag krijgt de lezer nog eens een Joyciaanse stream of consciousness over zich heen die Molly Bloom als een schoolmeisje onder de dekens doet kruipen (niet de hevigheid, maar de lengte). De ondergang van de beleggende en beliegende monnik is een feit.

Een boek van later werd een boek van nu. En die nu is in Kampot (Cambodja) waar ik naar de Mekong staar waar net een monnik met bedelnap voorbijgaat (ja zeg, het is een samenvoeging van feiten die een beetje in tijd verplaatst zijn om het geheel af te sluiten. In realiteit zit ik in Sihanoukville waar de laatste monniken dreadlocks vlechten bij de toeristen)

Ik vraag me af of de monnik met bedelnap Sun I is en hoop dat hij nooit Sonny wordt.
 

Lees meer...   (2 reacties)
Ik begin me echt zorgen te maken. Waar is de tijd van Kirk Douglas en zijn opstand tegen de Romeinen, of de van de liefde van Omar Shariff voor zijn Lara. Ik ben net getuige geweest van de ondergang van het Avondland. Een nieuw dieptepunt in de annalen van Hollywood is geschreven. Ik dacht dat ik na de films van JC Van Damme en Steven Segal alles had meegemaakt, maar de clichés in deze film maken me echt een beetje ongerust.
Ik moet in de eerste plaats toegeven dat ik de film gezien heb in een gedubde Thaise versie en dat ik geen letter van het verhaal gemist heb (waarmee ik niets wil zeggen over mijn kennis van de Thaise taal) De film is zo slecht dat ik na een half uur een zekere sympathie voor de slangen begon te koesteren. De regisseurs gingen echt geen enkel cliché uit de weg. Een blonde stewardess die een extra knoopje openzet, een ander koppeltje dat na enkele minuten in de lucht al ligt te neuken op de wc’s, een macho piloot en dito politieman (een rol van Samuel L. Jackson die hiermee toch een dieptepunt in zijn carrière bereikt), een onschuldige held en ... moet ik nog verder doen. Waarover het verhaal gaat? Wel die zogenaamde held is getuige van een moord waarbij een slechte Chinees (oeps weer een cliché) even baseball speelt met het hoofd van zijn slachtoffer (niemand doet dit beter dan De Niro, dus ja, ook mogen we spreken van een … cliché). Onze held wordt in bescherming genomen daar SLJ. Spleetje laat het echter niet aan zijn hart komen en laat een bende glibberbeesten (neen, geen Bush of Blair) op het vliegtuig los.
Beter iedeleen dood dan een getuige teveer, is een bekend Chinees spreekwoord. Hoe die beesten te werk gaan, kan ik niet omschrijven, maar je kan het best vergelijken met de eerste dag van de koopjes. Alles op hun weg gaat eraan, of toch. De arme diertjes slagen niet in hun opzet, want SLJ schiet een gaatje in het vliegtuig, de slangen worden buitengezogen, een of andere bodyguard met een attest voor het besturen van een miniatuurvliegtuig zet de Boeing veilig aan de grond en de overlevenden zijn gelukkig.
Ik verliet kotsend de bus. Het lag niet aan het wegdek.  
Lees meer...
Frederik Lucien De Laere - De martelgang
Over poëzie, papier en podia
 

Philip Hoorne schreef in de Boekenbeursgids van Knack een mooi artikel over poëzie-uitgevers, Wat drijft de poëzie-uitgever, waarin hij terloops vermeldt dat in 2005 niet minder dan 150 dichtbundels verschenen. Om de twee dagen worden we dus poëtisch overdonderd met de zielenroerselen van de nieuwe Claus, Rilke of Poesjkin. Velen voelen zich geroepen om de steile heuvels van Parnassus te bestormen, maar de meesten halen zelden de bronnen van Castalia. Ze zwerven rond met hun enige publicatie als trouwe bondgenoot, zoekend als Diogenes naar een mens, een koper van hun werk.

Een aantal weken geleden werd ik de gelukkige bezitter van de tweede bundel van Frederik Lucien De Laere. De dichter die in 2003 debuteerde met Paniek in het circus, een bundel die volgens het zesde zintuig van Patricia Lasoen uit de buik spreekt (zie de bespreking op Poëzierapport van reeds bovenvermelde Philip Hoorne). Meestal heb ik het gevoel dat mensen die uit de buik spreken zelden iets met de mond te zeggen hebben, of naast buikspreken ook een andere act nodig hebben om de mensen weg te leiden van nietszeggende woorden en gedichten.

Bij Frederik Lucien De Laere heb ik mijn mening gedeeltelijk herzien. Als hij in verstilde verzen het bloedbad van Lidice weergeeft, dan zwijgt de wereld rondom mij. Minder dan 80 woorden heeft hij nodig om een van de meest moorddadige episodes uit de Tweede Wereldoorlog neer te schrijven.

Lidice

Toen kregen de mannen
schoten in de nek
in groepjes van tien
voor het lek van de moord
op Herr Heydrich.

Vrouwen naar Gneisenau
en kinderen alras
naar ’t onderzoek
om volgens het boekje
te worden bepaald.

Hij die met de parochianen
lief en leed deelde
stierf met hen
want hij verloochende
de knusse kudde niet.

Na de lamentatie:
de defragmentatie van kerk en karkassen
en het overeind gebleven gras
omprikkeld en omploegd
tot een kaal knekelveld.

Dit gedicht staat in het eerste gedeelte van deze driedelige bundel. Wat mij bij eerste lectuur opviel, was de gratuite benadering van vele gedichten, waarbij ik de indruk had dat ze een verbale uppercut willen geven op het podium, maar op papier al snel door de mand vallen. Taalspelletjes, woordspelingen, allerlei soorten rijm: u noemt het, ik toon het. Een voorbeeld van dergelijke poëtische benadering van een gedicht vindt u hieronder in 'Eczeeman'. Een contaminerende woordspeling, u weze gewaarschuwd.

Eczeeman

Sinds hij de zee vaarwel had gezegd
en zich had toegelegd
op het vervaardigen
van netten
was de pret er vanaf:
de vervreemding van het vangen
bezorgde hem
een levenslang eczeem.

Hij liep aldoor te krabben
(hij was een schaaldier
met een tekort aan tentakels)
en kocht korte rakels
om de jeuk
te verneuken
maar het lukte niet.

Zo raakte hij
in een net
verstrikt en stikte.

Daar sta je dan als poëzieliefhebber. Dit is voor mij geen gedicht meer, maar het na elkaar uitspuwen van woorden die de toevallige eigenschap hebben dat ze ofwel rijmen ofwel een woordspeling opleveren. Zou u een rakel kopen om de jeuk te verneuken? Een rakel? Ik moest even in Van Dale duiken om te vernemen dat een rakel een slap mes is van staal, koper of rubber voor het afstrijken van drukinkt of –verf bij rotatiedruk. Als ik jeuk heb, zou ik, ondanks nagelbijten, toch mijn eigen tien geboden gebruiken. Nu ja, als je als dichter dan dadelijk aan een rakel denkt, dan moet je dat inderdaad in een gedicht gebruiken.

Er is iets mis met deze bundel. Ik kon er bij eerste lezing niet dadelijk de vinger op leggen, maar bij herlezing begon het te speelse rijm te ergeren.
'Ik eet niet, dus ik ben. / Ik ontken het niet-eten / en het van tijd tot tijd vreten / en ga verbeten door. //' (uit 'Anorexia'). Wat moet je met dergelijke verzen? Een parafrase van Descartes. Leuk, maar meer ook niet. Dan dat al te voorspelbare rijmspel van eten, vreten en verbeten. Combineer dat met een inhoud die zelden het anekdotische overschrijdt en een twijfel maakt zich van mij meester. Maar dan grijp ik weer naar het begingedicht van de bundel:

Dal der beenderen

Dit is wat rest:
er rust een schat van een volk in dit dal als zalmen
bijeengedreven om te sterven, de laatste psalmen
klonken onder gemekker en gekerm.

Zouden we het kunnen wekken en herschikken
tot een ordelijk leger dat mordicus in elke steeg
zou opereren om met wortel en tak te verschroeien
nu eindelijk uiteindelijk de verschrikkelijk vijand?

(…)

We zijn nog in beraad,
zolang knaagt het geweten.

Toen ik dit gedicht herlas, wist ik dat deze bundel te vroeg verschenen is. Frederik Lucien De Laere heeft veel in zijn mars, maar de niemendalletjes van podiumgedichten doen de gedichten zoals 'Dal der beenderen' en 'Lidice' geen eer aan. Een dichtbundel moet net zoals goede wijn rijpen. Deze dichter toont dat hij veel in zijn mars heeft. Wellicht dat zijn jeugdige leeftijd een rol speelt in het feit dat deze bundel iets te snel op de markt gekomen is.

Frederik Lucien De Laere - De martelgang
Poëziecentrum, Gent/2006; blz. 56; € 15
ISBN 90 5655 343 7
Lees meer...   (2 reacties)
Toen ik me onlangs tijdens een vergadering voorstelde, zei er iemand: 'Ah ja, de vertaler.' Ik dacht dat die man een grapje maakte en alludeerde op het nooit beëindigde jaar dat ik voor vertaler studeerde, maar al snel bleek dat het een naamsverwisseling betrof. Tijd om het werk van mijn inverse naamgenoot eens onder de loep te nemen.

Alles bij elkaar is de vierde bundel van Joris Iven. Hij debuteerde in 1987 bij Manteau met Galerie De Taxus en verraste de wereld in 1993 met Egyptisch Zwart. Daarna publiceerde hij bij Uitgeverij P Perkament/Testament in 2001 en ten slotte Alles bij elkaar in 2005.
 De poëzie van Iven laat zich niet in een vakje duwen. Gelukkig maar, zeg ik, want dan hebben de literatuurwetenschappers later de kans om een nieuwe stroming toe te voegen. Persoonlijk durf ik zijn poëzie een kruising noemen tussen neorealisme en neoromantiek, een beetje Gruwez met de speelsheid van een De Coninck.

Brief aan een jonge dichter

We moeten schrappen, leven en lezen,
voldoende fruit in huis hebben, zeker
niet gehaast zijn, vrienden bezoeken,
steden verkennen, dorpen vergeten,
niet te benauwd zijn, nauwkeurig zijn,
afspraken noteren, niet noodzakelijk
de trends volgen, niet voortdurend
afscheid nemen, blijven verbeteren,
afval sorteren, diepvriesmaaltijden
vermijden. Het zal niet makkelijk zijn.
niet te veel schrijven, en niet te weinig.

Dit gedicht kan een poëtische samenvatting genoemd worden van het brievenboekje van Rainer Maria Rilke, waarin deze schrijver tips geeft aan Franz Xaver Kappus en dat postuum een verkoopsucces werd. Maar Iven plaatst zichzelf bij het geheel van jonge dichters. Niet slecht voor iemand die in 1954 geboren is, maar zich ongetwijfeld nog jong van lichaam en geest voelt. De kracht van het gedicht zit in het simpele woordgebruik. Het lijkt wel of de deelnemers van een of andere schrijfgroep de opdracht hebben gekregen om de onpoëtische woorden trends, afval sorteren en diepvriesmaaltijden in een gedicht te verwerken. Iven is met glans geslaagd. Vooral in de laatste zin weegt de zelfrelativerende ironie van Herman de Coninck door. Niet te veel, maar ook niet te weinig. Uiteindelijk moet ieder voor zichzelf beslissen welke de juiste dosis is. Het gedicht zweeft tussen de verloren tijd van het dorp onder de kerktoren en het hectische leven van de hedendaagse consumptiemaatschappij. En de kracht van het geheel is dat deze spanning zo mooi gecentreerd blijft in het keurslijf van het gedicht.

De bundel zelf valt uit elkaar in vijf onderdelen die naar mijn mening niet allemaal even sterk zijn. Het gedeelte Getekende portretten bevat onder meer een gedicht over de Mexicaanse kunstenares Frida Kahlo en een over de moordende arts Harold Shipman dat de nogal gratuite titel droommoordenaarmeekreeg. Het gedicht Ademzucht, hartstocht beslaat niet minder dan tien bladzijden, maar overstijgt zelden het biografische. Als lezer zat ik te wachten op een verrassende wending, op een ingreep van de dichter waarbij hij zich tussen de lijdende Kahlo en de realiteit zet, wat een gemiste kans is.

Ademzucht, hartstocht

Ik was in het jaar
negentienhonderd en zeven
negentienhonderd en tien
nog niet verwekt, nog niet -
van deze wereld.
Jij werd geboren
aan de andere kant,

in Coyoacán,
een dorp, getekend door het ritme
van de stad
(…)

En zo gaat het tien bladzijden voort. Mooi voor iemand die vertrouwd is met het leven en werk van de schilderes, maar voor anderen zullen de exotische namen en verwijzingen naar schilderijen weinig meerwaarde bieden.

Het hoofdstuk Gestremde reizenneemt dan weer de tijd om even stil te staan bij het mooie dat de mens omringt. De dichter is op reis, of in ieder geval niet thuis, en beschrijft de plekken die hij bezoekt. Spanje, Tsjechië, Vietnam: de dichter deelt ze met zijn lezers.

Ronda, 1 december 1994

Hij kwam hotel Reina Victoria binnen en zei dat hij Rainer Maria Rilke was.
Hier schreef hij zijn brieven aan Lou Salomé (°) in vlekkeloos Frans
en dronk uitsluitend water en thee.

In de winter werden zijn voeten omklemd door de kou.
Hij vroeg de kamerjongen lucifers te brengen
om het haardvuur aan te steken.

In een van zijn brieven schreef hij: ’Ik had nooit kunnen vermoeden
hoe belangrijk Malte Laurids Brigge zou worden
in mijn latere pijnen.’

De schrijftafel, de vitrinekast met boeken. Het raam met het landschap
waarin de aarde zich openlegt in akkers,
zoals het leven in wat hij schreef.

Ik herken in deze kamer mijn vroegere pijnen.
Ik schreef later mijn brieven in het Frans,
bevlekte me dagelijks en vergeefs.

In hotel Reina Victoria kon Rainer Maria Rilke Lou Salomé vergeten.

(°) De 14 jaar oudere Lou(ise) Andreas-Salomé, vrijgevochten dochter van een Russisch legerofficier en rijke suikererfgename, was tijdens de periode 1897-1901 de geliefde van Rilke

Hier komt de neoromantische dichter bovendrijven. Geen pathetiek of aanroepen van een muze. Neen, de afwezige liefde wordt verdrongen door dagelijkse bevlekking, maar het mocht niet baten. Het beeld van de lijdende dichter overheerst zonder op een platvloerse manier uitgebuit te worden.

Waarom ik dan toch niet onverdeeld enthousiast ben over de bundel? Noem me een presentatiefreak: de vorm en vent moeten samengaan en het formaat van de bundel past niet bij de soms breed uitwaaierende stijl van Iven. Resultaat? De bekende [-]tekens omdat er te weinig plaats was om de ganse versregel op één lijn te krijgen. Dat dit eenmaal gebeurt, vormt geen enkel probleem, maar het veelvuldige gebruik werkt op een zeker moment storend. Toch mag de lezer vooral blij zijn dat Uitgeverij P deze bundel heeft gepubliceerd.

Alles bij elkaar van Joris Iven: alles bij elkaar een bundel die een plekje verdient in uw boekenkast.


Joris Iven - Alles bij elkaar
Uitgeverij P; Leuven/2005; 96 blz.; € 12,50
ISBN 90-77757-43-0

Deze recensie verscheen ook in Meandermagazine 296
Lees meer...

Het is nog stil in de Westhoek, waar het land zich wakker schudt uit zijn winterslaap. Maar ergens achter de kerk van Watou met zicht op Frankrijk is een man onafgebroken in de weer, daarbij geholpen door zijn echtgenote. Voor Agnes en Gwij Mandelinck was de winter een voorbereidingsperiode op de volgende Poëziezomer, de 26ste alweer. Reden genoeg voor een aantal dichters om hun poëtisch stamhoofd met een gelegenheidsbundel in de bloemetjes te zetten. Willen zij met Terugdoen Gwij en Agnes bedanken voor de 25 jaar trouwe inzet in hun Watou? Of willen ze hen aansporen verder te gaan?

De bundel onder redactie van Anton Korteweg biedt een staalkaart van de poëzie die in de afgelopen 25 jaar in het West-Vlaamse dorpje aan bod kwam, waarbij leven en dood zich tussen de gedichten verstrengelen. Levende coryfeeën als Claus, Campert, Nolens en Kopland worden in hun woorden vergezeld door de dode stemmen van Herman de Coninck en Eddy Van Vliet. Deze laatste heeft trouwens zijn laatste rustplaats gevonden in het dorpje en kijkt voor eeuwig naar de jaarlijkse terugkeer van de poëzieliefhebbers. Zijn gedicht Dood kan geen mooiere plek krijgen:

Dood. Heb geen angst. Talm niet
voor mijn deur. Kom binnen.
Lees mijn boeken. In negen van de tien
kom je voor. Je bent geen onbekende.

Hou mij niet voor de gek met kwalen
waarvan niemand de namen durft te noemen.
Leg mij niet in een bed tussen kwijlende
kinderen die van ouderdom niet weten wat ze zeggen.
Klop mij geen geld uit de zak
voor nutteloze uren in chique klinieken.

Veeg je voeten en wees welkom.
 

Het merendeel van de gedichten is echter speciaal geschreven als dankwoord voor het koppel dat zich zo inspant om jaarlijks van Watou een toeristische trekpleister te maken. Het gedicht van Peter Verhelst krijgt dan ook de logische titel Voor Gwij en Agnes mee:

Den haerinck brandt, den haerinck brandt,
En moest den haerinck niet branden,
Wat lag er dan in onze handen?
Den haerinck brandt, den haerinck brandt
En dat doet ons veel deugd.

Haan in hom-mel-bier, hammetje in hom-mel-bier,
Mosselen steak met groentenparadijs,
Aardbeien, hommelbier, aardbeien in hommelbier,

Waar was het dat Jan Hoet in zijn onderbroek danste?

De betonnen uitkijkpost van beel wordt uit de grond getrokken
Als een kop. Een keikop.

De wind beukt 's winters tegen de gevel. Het is onuitstaanbaar.
's Zomers lakt iedereen zichzelf zwart. Zet iedereen een zonnebril op.
Iemand schildert de dakpannen oranje. De duiven worden gelost.
Hoog boven de wolken schrijven ze gedichten. Geen mens die het ziet.

's Winters beukt de wind tegen de gevel. Goesting, beukt het,
Goesting, goesting. Wordt het geen tijd, denkt iemand,
Om eindelijk eens ... Wat bedoelt ge? Wie heeft de theezakjes
In de kelder gehangen? Ennè? Ennè? Als ge goed kijkt,
Ziet ge salamanders in de vijvers zwemmen op hun rug.
Is dat misschien geen poëzie?

Den haerinck brandt, den haerinck brandt,
En moest den haerinck niet branden,
Wat lag er dan in onze handen?
Den haerinck brandt, den
haerinck brandt
En dat doet ons veel deugd.
 

De schrijver van het veelbesproken boek Zwerm is zeker een vriend des huizes en brengt met een aangepast oud Vlaams volksliedje een ode aan Watou en zijn bekendste inwoners. Ik stel me alleen hierbij de vraag of wij als lezers wel echt bij het feestje uitgenodigd zijn. Jan Hoet in zijn onderbroek kan ik me best voorstellen, maar de inside grap van de salamanders en de theezakjes werkt eerder verwarrend dan uitnodigend.

Al met al is de bundel een mooi geschenk geworden voor een koppel dat met beperkte middelen en heel veel doorzettingsvermogen Watou op de culturele en toeristische wereldkaart gezet heeft. En ook al behoren we niet tot de kring van de intimi, dankzij deze bundel kunnen we ons even vereenzelvigen met de doorrookte kamer waarin de dichters tot diep in de nacht praten over poëzie en over vrienden die er niet langer meer bij zijn.

Anton Korteweg (red.)- Terugdoen. 25 gedichten voor 25 jaar Watou
Uitgeverij P, Leuven 2005; blz. 32; € 10,-
ISBN 90 77757 93 7

Lees meer...   (1 reactie)
Naipaul kunnen ruilen voor dit boek. Een verhaal in de stijl van Dan Brown's Da Vinci Code. Pfff, ik maak me geen illusies meer. Zelfs de bijbel krijgt tegenwoordig dit predikaat mee. Als je ergens iets schrijft met een historische figuur in, moet je wel een Brown-epigoon zijn. We zijn toegetreden tot het tijdperk waarin boeken de vermelding AB en PB (ante en post brown) zullen meekrijgen. In ieder geval, met niets anders omhanden stortte ik me op het boek.
 
(...) en schakelde het koffiezetapparaat in. Het apparaat perste luidruchtig water in het filter, als een kikker in de paartijd. De geur die het verspreidde, werkte ontnuchterend.
 
De rest van de reis ben ik zowel opgewonden geraakt tijdens het drinken van een tas koffie als gedegouteerd door het paargedrag van persende kikkers. Het boek staat bol van deze soort vergelijkingen, zodat ik de auteur ervan verdenk om een woordgenerator te gebruiken bij het schrijven of van een ongewone interesse om het balstgedrag van verschillende dieren te onderzoeken en die dan in een boek te willen meegeven.
 
Voor de rest kan je meer uitleg vinden op internet, want zowel het verhaal als de schrijfstijl zijn niet de moeite waard om te vermelden.
 
Lees meer...   (1 reactie)
In de traditie van de Russische klassieken heeft Naipaul zich laten verleiden tot het schrijven van een boek dat gemakkelijk geamputeerd kan worden tot een derde van het aantal pagina's.
In 1981 maakte Naipaul een reis door de Islamstaten Pakistan, Iran, Indonesië en Maleisië. 15 jaar later trekt de auteur terug en beschrijft zijn ervaringen in het vervolg 'Meer dan geloof'. Dit boek krijgt van mij dadelijk de prijs van 'meest nutteloze boek gelezen door Yves JORIS in 2006' (en het jaar is pas begonnen). Het wordt een tergend langzame odyssee langs de vier landen met heel veel herhalingen en weinig boeiende mensen. Steeds weer vraag je je af wat deze mensen te zeggen hadden en waarom ze dit dan nog mochten doen in dit boek. De enige reden waarom ik het meenam op reis naar Maleisië was om me daar een beetje te laten meeslepen door de couleur locale van het boek. zelfs daar slaagde het niet in. Gelukkig konden we het daar ter plekke ruilen. Spijtig genoeg was de nieuwe aanwinst niet veel beter.
Lees meer...
Peter M. van der Linden - Ich bin ein Star Baby
Kapitein Haddock meets The Doors
 

Herinnert u zich de openingsscène nog uit Apocalypse Now waarin Martin Sheen op zijn bed over Vietnam hallusofeert - of hoe omschrijf je de filosofische voice-over die door een of andere LSD-trip werd ingegeven? Op de achtergrond weerklinkt The End van The Doors: (...) This is the end, beautiful friend. This is the end, my only friend, the end.

Wie een mooi beeld van de bundel van Peter M. van der Linden (1960) wil krijgen, kan bovenstaande in het achterhoofd houden. Niet dat we de Meanderlezers aanraden om een LSD-trip te genieten, maar u zal bij verdere lectuur wel dadelijk begrijpen dat dit niet een gewone bundel is.
Aan de bundel is tijd en energie besteed en dat ziet men ook aan de professioneel ogende cover. Een rode foto van Van der Linden (in kostuum en met micro) nodigt ons op de hardcover uit. Dit is geen huisdichter, maar een podiumbeest. Iemand die de lezer/luisteraar een geweten wil schoppen, zoals onderstaand gedicht aantoont.

AMSTERDAM OOST-WEST

gaat u vandaag nog moorden buurman ?
de planten moeten nodig water

oma aait over het kopje van theo
de onzichtbare tekkel met rupsbanden

een man vouwt zich tegen het raam
dat is een vreemde spin zegt oma

het gaat vast regenen
gelukkig heeft u erop gerekend

maar vertel verder buurman
we waren bij een koekje
 

Geef toe dat dit kan tellen als openingsgedicht. Het oogt allemaal zo irreëel en toch speelt dit tafereeltje zich af in de huiskamer. Geweld is zo alledaags geworden dat het deel uitmaakt van de leefwereld van een oma, toch de laatste persoon die we daar normaal mee identificeren. Ook de titel speelt met deze tegenstelling: een plaatsaanduiding die zowel Amsterdam a.h.w. doormidden snijdt. En wat te denken van het openingsdistichon? Het begieten van de planten wordt in een ruk verbonden aan het moorden van de buurman. Hard, maar realiteit, spijtig genoeg. En dan is er ook de oprukkende dementie of moeten we het eenzaamheid noemen? Is de onzichtbare tekkel het gebrek aan vriendschap in deze egocentrische maatschappij? Een tekkel met rupsbanden? Is het dan toch een oudere dame die de grip op de realiteit verliest waardoor de eerste vraag zijn pregnante betekenis verliest en slechts in het tweeduister van een dementerende vrouw bestaat? En wat te denken van de man tegen het venster? Een ruitenwasser die verwoede pogingen doet om de ramen proper te houden en op deze manier probeert om de vrouw een klare kijk op de wereld te geven? Ze vergelijkt hem met een spin. De verwoede pogingen dringen niet door en op het einde kristalliseert haar wereld zich weer tot de bekrompenheid van haar eigen zitkamer. Dit is poëzie die een geweten wil schoppen.

Ik heb zelf niet veel ervaring met podiumpoëzie, maar laat Boudewijn de Groot er muziek bij schrijven en je hebt een protestlied van de 21ste eeuw. Geen nieuw Vietnam, geen nieuwe eenzaamheid, vergeet dementie. Van der Linden heeft geen De Groot nodig om zijn poëzie op muziek te zetten. Dat bewijst de toegevoegde CD. Twaalf gedichten op muziek waarvan er negen terug te vinden zijn in de bundel. Gedichten zoals Smoor, Logghe, Koet, Kelel en Klench worden met psychedelische beats overgoten en wat er uit groeit is een bevreemdend geheel dat best genoten kan worden met de gordijnen dicht en de versterker op 10 (wel even aan de buren denken). Wie reeds een voorproefje wil hebben van het geheel kan surfen naar www.ditndat.nl/ waar enkele samples terug te vinden zijn.

Voor Robert Voigt de dichter

a-b-c- letterslet x-y-z-
abstractietraktatie/alliteratiemitrailleur
ratelgangsterslang/rapperattenratatouille
middelllangeafstandsmakreel
romazigeuneramok/kommatoktokfok
stofzakzuiger/stippen/lift/stippen/stuifwafel
ich-liebe-mein-asshole

opblaaspopgod groetenapparaat joehoejagoedhallo
granaatnevelsplit spleetgravelsnit kubusbarbieshit
wipkipkippewip schimmelschommel frisse radijs
wat-doet-die-meerkoet-op-het-ijs!?
nazi-kip-achtige-mit-lederhosen-krijs
ich bin ein star baby!

hoe groot schatten we een bizonklit
ein star ist porn baby
why do i fly in a kinky sky?
met jouw jurk aan

Wat een taal: het lijkt wel een kapitein Haddock (die uit Kuifje, weet je nog) op speed. Neologistisch gevloek en getier. Raar, wat me bij Astrid Lampe minder kon boeien, trekt me hier aan. Waar zit dan het verschil? Evenveel neologismen, overbodige leestekens en een totaal ongrijpbare tekst. En toen besefte ik dat het kwam door de bijgevoegde CD. Door zijn manier van voordragen, door de klemtonen, de rustpauzes kwam het gedicht tot leven. Ik hoefde niet zelf een interpretatie te geven aan de woorden, ze werden me door de dichter ingefluisterd. Bevreemdend en tegelijk houvast biedend.
Een blik op het dankwoord toont me dat deze man zijn strepen reeds verdiend heeft op de dichterspodia: Xavier Roelens, Bart FM Droog, Stijn Vranken en Meanders eigen Tine Moniek behoren tot gelukkigen. Een (podium)dichter waar we in de toekomst zeker nog iets van gaan horen: een man die hopelijk nog veel positieve recensies mag ontvangen.

Wie nu reeds meer wil lezen over de dichter en toekomstige optredens surft naar powets.nl/

Peter M. van der Linden - Ich bin ein Star Baby
Vassallucci, Amsterdam 2005; blz. 48; € 19,95 (met cd Ein star ist porn)
ISBN 90 5000 866 6
Lees meer...
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl